Verhalen

Woeltje, allemaal leuke jochies ...

Ik loop veel of eigenlijk dien ik te zeggen ik moet veel lopen. Dit heeft verschillende redenen die hier nu niet zo terzake doen. Buitenlucht kom ik dus niet tekort en ik begin mijn eigen woonwijk behoorlijk goed te kennen. Ook de talloze jongens in de wijk worden me steeds vertrouwder en ook voor hen ben ik een bekende geworden. Er is altijd wel tijd voor een praatje of iets anders en zo kom ik heel veel te weten. Natuurlijk zal ik de wijk nooit zo goed leren kennen als bijvoorbeeld Michiel. Michiel is mijn sympathieke en ondeugende vraagbaak. Als ik met hem praat raak ik weer eens bewust van het feit dat ze zo ontzettend veel weten wat zich aan de waarneming van wolwassenen onttrekt. Het is een andere wereld maar wel een wereld die me vreselijk veel doet. Anders gezegd, al die jongens doen me heel veel en ik zou ze niet meer willen missen. Er zijn er een paar bij die gevoelens bij me losmaken die heel bijzonder zijn. Het kan het gezicht zijn, of alleen de ogen, hun bewegen, soms is het hun alles. Uitleggen kan je het niet. Kortom al lopend maak ik nogal wat mee en vaak weet ik niet hoe laat ik weer thuis zal komen. Zo is er veel te vertellen.

De zomervakantie is nog aan de gang. Daarom is het niet zo heel druk in het winkelcentrum hoewel het zatermiddag is. Het is veel te mooi weer om in het overdekte gedeelte te gaan rondlopen en daarom blijf ik in het buitengedeelte. Ik heb er die ochtend al een lange wandeling op zitten en voel me een beetje moe. Voorlangs alle winkels loopt een ongeveer 1 meter hoog hek gemaakt van een buizenframe waarlangs de mensen hun fietsen plaatsen. Eventjes daarachter loopt een dichte haag. Altijd is er wel een plekje vrij om lekker tegen aan te leunen. Zo heb je een leuk zicht op alle mensen die langs lopen. En...natuurlijk ook op allerlei leuke jongetjes. Ik verveel me er nooit. Ineens komt er een vader met zijn zoon aanfietsen en ze stoppen pal naast mij. Het jochie is denk ik 7 of 8 jaar oud en heeft een leuke fietshelm op. Verder draagt hij een wit sportbroekje, shirtje en zijn zongebruinde benen steken in sandalen. Leuk denk ik, die sandalen. Je ziet ze steeds meer en dit jochie heeft er echt de benen voor. Jeugdig gespierd, heerlijk mooi gevormd en nog zo lekker slank. Terwijl ik geboeid naar zijn benen en zijn broekje kijk zet hij zijn fiets op de standaard en doet zijn fietshelm af. Allemachtig. Hij wordt steeds mooier. Vanonder zijn helm verschijnen kleine blonde krulletjes. Ik ben ineens helemaal weg van hem. Finaal ondersteboven. En hij staat zo dichtbij. Straks loopt hij weg schiet het door mijn hoofd. Wat dan? Het jochie legt zijn helm op straat en zeurt een beetje tegen zijn vader dat deze op moet schieten. Wat is hier aan de hand?, vraag ik me af. Maar dan....

"Toe nou pap, ik houd het niet meer."

Hij houdt ineens zijn benen strak tegen elkaar aan met zijn billen wat naar achteren. Pap lijkt niets te horen en schikt zorgvuldig beide fietsen naast elkaar. Ineens kruipt het jochie naar nu blijkt in uiterste nood verkerend onder het hek door. Hij stroopt zijn broekje en slipje omlaag. Van achteren valt zijn shirt weer over zijn billen maar van voren trekt hij het flink omhoog. Ik hoor en zie een krachtige straal. Hij draait zich wat en dan zie ik langs de welving van zijn buik zijn piemeltje en dat wat schuin daaronder zit. Het velletje heeft hij teruggetrokken. Zijn fluitje wijst parmantig en al zo stoer recht naar voren. Hij blijkt al een heel manneke maar wel een manneke dat nu behoorlijk boos kijkt. Dat ik hem zo zie staan deert hem blijkbaar niets. Hij is boos, punt uit! Zo klatert en klettert hij er met losse handen lustig op los. Gebiologeerd kijk ik toe. Nogal overdonderd. Of moet ik net doen als pap die nu doet alsof zoonlief helemaal niet meer bestaat en ineens heel veel moeite heeft met het kabelslot. Het joch moet allemachtig veel water of fris gedronken hebben want er komt geen einde aan. Ongelovelijk. Nu duwt hij zijn bekken nog naar voren ook. Als het ware om zijn blaas een beetje te helpen. Een glorieus gezicht! Maar langzaam wordt de straal toch minder krachtig en eindigt niet meer recht voor in de heg maar op de aarden grond. Als de blonde krullenbol klaar is kijkt hij omlaag alsof hij het werk zijner wateren wil aanschouwen. Hij druppelt nog wat na en schudt zijn nu weer slappe fluitje af met een vinnig gebaar. Dan friemelt hij zijn velletje weer op zijn plaats en trek slip en sportbroekje weer omhoog. Als hij weer naast zijn vader staat geeft deze hem de fietshelm te dragen. Eventjes wil de krullenbol dat niet. Pap moet dat ding maar dragen vindt hij. Ja pap is daar gekke Gerritje niet, je houdt hem zelf maar vast. Het is jouw helm. Pa's geduld is op. Langzaam lopen ze weg. Met de helm in de ene hand en met zijn andere hand nog even zijn slipje tussen zijn billen vandaan trekkend is hij in druk gesprek met zijn pa. Jongen denk ik, houd je gedeisd. Pa zal dit helemaal geen prettige middag vinden en dat zal je wel snel horen. Pa schaamt zich rot. Stook zijn vuurtje nou niet zo hoog op. Ach jochies, dit soort jochies......ze zijn me zo lief.

Wouter en Jesse kom ik bijna altijd op dezelfde plekjes tegen. Ze zijn verwoede vissers en weten precies waar ze langs de waterkant moeten zijn om leuke witjes te vangen. Baarsjes nee, daar zijn ze niet zo dol. Die hebben van die stekels en dat prikt zo gemeen in je handen. Ze zijn vrienden en beiden 9 jaar.

Als ze me zien aankomen wordt ik altijd breed lachend door ze begroet. Vooral Wouter zijn lach werkt heel ontwapenend. Zijn lichtgekleurde ogen gaan schitteren als diamantjes. Ze hebben beide kort blond stekeltjeshaar dat door de zomerzon nog een stuk lichter is gekleurd. En dat contrasteert zo leuk met hun zongebronste koppies. Ze gaan er gewoon vanuit dat ik bij ze kom zitten. Allereerst wordt dan de vangst even doorgenomen. Zo veel maal beet gehad, zo veel witjes en zo veel baarsjes aan de kant gehaald. Dan even het nieuws van de dag. Wist ik al dat die en die...zus en zo...enzovoort. Dan blijkt weer eens dat ze een heel netwerk hebben dat ze van alle wetenswaardigheden voorziet. Dingen die voor hen belangrijk zijn. Als ook dit nieuws is doorgenomen en de vissen niet meer zo bijten willen praten we wel eens over echte jongensdingen. Ze weten dat ze daarover met me spreken kunnen en dat ik niks verder vertel. Het leuke is dat nu het verschil in beiden zo naar voren komt. Wouter is wat robuuster in zijn optreden en praten dan Jesse. Het is ook Wouter die altijd het eerst zijn shirt uittrekt en zegt dat het pfuh...zo warm is. Hij is ook wat steviger gebouwd dan Jesse. Jesse trekt dan even later ook zo achteloos mogelijk zijn shirt uit. Ja dat is toch wel fijn zo in je blote bast zie je hem dan denken. Wouter wil dan wel eens beginnen over hoe je jezelf een fijn gevoel kan geven. Tussen je benen, weet je wel. Met je handen. En dat dit zo lekker voelt. Echt man en paard noemt hij niet maar dat is nu juist het aandoenlijke. We begrijpen elkaar precies. En of het over een paar jaar nog lekkerder wordt? Als...nou ja je weet wel..... Hij is daar in gedachten gewoon veel mee bezig. Jesse luistert dan aandachtig en leert zo op zijn eigen wijze. Gelukkig lachen ze er ook om en ik lach mee. Ik hoop dat ze blijven lachen want dat 'fijn gevoel' is per slot van rekening toch een mooi en plezierig iets.

Het aardige van Wouter is dat hij de voorzichtigheid van zijn vriend Jesse wel begrijpt. Ja Jesse is nu eenmaal anders. Hij Wouter praat meer dan Jesse, en eerder. Jesse, die wil eerst altijd nog even nadenken. Jesse van zijn kant weet ook wel dat je soms te veel kan denken. Samen vormen ze een stel waarnaar ik altijd uitkijk. Echte vrienden.

Hij loopt een beetje voor me met zijn moutainbike aan de hand. Leroy heet hij maar dat weet ik nog maar pas. Er zit een losse swing in zijn bewegen. Iets achteloos. Om jaloers op te worden. Iets van de samba en de bossa nova. Een lekker los draaiend bekken. Ik ontmoette hem een paar minuten geleden op de kruising van twee fietspaden. Hij zit naast zijn fiets met gekruiste benen op het warme asfalt in de minieme schaduw van een struik. Ik kom aanlopen en zie hem daar wat brood eten. Een fles water staat naast hem. Het is weer eens zo broeierig warm.

"Hallo", begroet ik hem, "dat zit toch helemaal niet lekker zo."

Hij begint te lachen en kijkt me vrolijk aan. "Nee niet echt.", is zijn laconieke antwoord. "Maar ik doe wel meer van dit soort onhandige dingen."

Een ontwapenende zelfkennis. Ik raak met hem aan de praat. Ja hij heet Leroy, is 11 jaar, gaat naar groep 8 en is zo maar wat aan het fietsen. En oh ja dat zal ik wel zien, zijn ouders zijn buitenlands. Zijn moeder komt van Bonaire en zijn vader uit Costa Rica. Maar zelf is hij hier geboren. Ja hij is inderdaad wat donkerder gekleurd. Ik vind hem direct heel leuk. Hij is zo ongecompliceerd, open en direct.

"Zullen we daar even gaan zitten op het gras in de schaduw.", stel ik voor en wijs hem naar een groot plantsoen met bomen.

"Ja prima.", zegt hij en bergt zijn spullen al op.

En zo komt het dat hij schuin voor me loopt. Ruim vallend T-shirt, ruime luchtige echt korte broek en blote voeten in sportschoenen. Als we dan in de schaduw zitten vertelt Leroy honderduit op een hele rustige manier. Hij zit op turnen en de oefeningen op de lange mat vindt hij het leukst. Zal hij wat voordoen? Vind ik dat leuk? Zonder eigenlijk op mijn antwoord te wachten begint hij aan een oefeningenreeks. Hij is een en al enthousiasme. Voor- en zijwaartse radslagen wisselen andere oefeningen af waarvan ik alleen maar kan dromen. Hij eindigt door langzaam vanuit stand zijn rug achterwaarts te buigen en zo op handen en voeten te gaan staan met zijn heupen en buik in een mooie curve hoog geheven. Zo blijft hij even staan. Als hij klaar is kan ik alleen maar mijn bewondering laten blijken. Hij vindt dat best leuk maar eigenlijk is het niet zo moeilijk zegt hij. Je moet alleen niet bang zijn. Gewoon doen. En dat zegt hij dan met dat blije gezicht van hem.

"Je hebt een spannend slipje aan!!", hoor ik mezelf ineens zeggen.

Het overkomt me wel eens meer dat ik plots wat zeg en gelijk denk oei! Hij is ook zo overompelend open.

"Leuk streepje", probeer ik een beetje te nuanceren. Oh jee, wat ben ik allemaal aan het doen. Maar Leroy zit er niet mee. Hij lacht luid.

"Ja de tanga is echt iets van mijn vader, het streepje iets van mijn moeder. Ze koopt altijd streepjes."

"Iets van nuchterheid gemengd met warmbloedigheid.", probeer ik.

"Ja zoiets.", grinnikt hij. "Ik heb van alles wat."

Dat wil ik best geloven als ik hem zo zie. Vooral zijn manier van bewegen, zijn directheid en open gezicht vind ik overrompelend boeiend. Hij heeft me een beetje in zijn ban. We kletsen nog wat verder en enkele van zijn klasgenoten blijk ik te kennen. Op een gegeven moment moet hij weer weg. We staan op en Leroy pakt zijn fiets. We kijken elkaar aan.

"We zullen elkaar wel weer eens tegenkomen.", zeg ik.

Het rare is dat zoiets ook meestal gebeurt. Ik laat de dingen graag hun eigen spontane loop hebben. Leroy stapt op, kijkt nog even om en fietst soepeltjes van me weg. Kijken wanneer ik hem weer zie bedenk ik. Trouwens zelf moet ik ook naar huis.

Het wordt al weer vrij vroeg donker. Om even voor achten floepen de straatlantaarns aan. Ik zit al een tijdje met Tobias te praten. We kennen elkaar nog niet zo lang maar we gaan al vertrouwensvol met elkaar om. Hij zit in de bovenbouw van de basisschool en als je alleen op zijn lengte zou afgaan schat je hem beslist te jong. Tobias zit niet om woorden verlegen en soms denk ik wel eens dat hij zijn gedachten direct in woorden omzet. Een soort bewustzijnsstroom. Als je hem gewoon laat vertellen is het net of je James Joyce zit te lezen. Hij kan boeiend vertellen over alles wat hem zo invalt. Over school, over wat hij zoal gezien en gedaan heeft, over wat hij zoal denkt, over die ene die misschien wel niet helemaal 100% is, over zijn vader die nu elders woont en waar hij zo graag naar toe gaat. Tobias draagt altijd een huissleutel rond zijn hals. Ondanks zijn vrolijkheid en altijd olijke ogen heeft hij voor mij ook iets triests. Ik kan het niet helpen. Hij eet vaak alleen en zijn moeder komt nogal eens laat thuis van haar werk.

"Tobias, hoe laat moet je eigenlijk thuis zijn? Het is al bijna donker."

"Er is nu niemand thuis dus eh......"

Ik wil hem niet alleen laten dus praat ik nog even verder met hem. De hele situatie schijnt hem niet veel te deren. Hij is het gewoon. Niemand van zijn leeftijdgenoten is meer op straat. Alleen wij tweeën zitten op dat nu donkere pleintje op een muurtje naast elkaar. Wat moet ik nu? Ik vind hem gewoon heel aardig. Als hij me ziet komt hij altijd naar me toe omdat hij weet dat hij met me praten kan. Ook over dingen die hij "liever maar niet aan anderen" vertelt. Zijn gedachten gaan vaak sneller dan hij praten kan. Soms hakkelt hij een beetje. Dan zeg ik maar dat ik tijd genoeg heb. Dan ontspant hij en spreekt weer gemakkelijk. We waarderen elkaar al zeggen we dat nooit tegen elkaar. Zoiets hoef je niet te zeggen dat voel je wel van elkaar. Nu zit ik een beetje op hete kolen. Ik moet toch echt weg. Over een kwartier staat er bezoek voor mijn deur.

"Tobias ik moet echt naar huis, maar dan moet ik jou hier helemaal alleen laten in het donker en dat vind ik helemaal niet leuk. Beloof je me dat je ook naar huis gaat anders zit ik thuis steeds aan je te denken hoe je hier in je uppie rondloopt."

Hij kijkt me aan en knikt ja. Hij ritst zijn dunne jas dicht tegen de kille avondlucht. Ik kijk hem even na. Hij is voor mij een grote kleine man. Als we elkaar morgen weer tegenkomen zal hij me met een vrolijk gezicht weer enthousiast begroeten, dat weet ik. Maar toch..... Ja ik weet de tijden zijn veranderd en veel dingen gaan nu anders dan voorheen, maar knaagt het in me als ik aan hem denk. Zo kom ik ze tegen al die verschillende jongens. De een losjes en beetje stoer, de ander wat verlegen en niet zo praterig. Allemaal zijn ze verschillend maar ik mag ze zo graag.

Woeltje

Alle teksten ressorteren onder Jochies©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Woeltje

terug naar boven