Verhalen

San Remo, St. Maarten

Maandag is het alweer 11 november geweest. Geen idee hoe het in Nederland zit, maar in sommige Belgische streken is dit de dag dat kinderen zingend langs de huizen trekken. Na het kwelen van een al dan niet origineel Sint-Maartenslied ontvangen ze, in ruil voor hun zangtalenten, wat snoep, fruit of -bij sommigen- een centje. De gulheid van mijn gift is steeds recht evenredig met het gezongen liedje en de originaliteit van de uitdossing. Een jaarlijks weerkerend rommelliedje gaat als volgt:

Sint Maarten

Sint Maarten

de koeien hebben staarten

de meisjes hebben rokjes aan

daar komt Sinte Maarten aan

Vaak kiezen kinderen voor dit snelle rijm. Dan zijn ze van het zingen af en hebben ze sneller hun snoep. Ik lieg niet als ik vertel dat ik dit als kind beneden mijn waardigheid vond. Op school hadden we een mooi (en lang) Sint-Maartenslied geleerd en, tezamen met mijn broertjes, zongen we telkens weer dat ene lied. Dat de koeien staarten hadden, wisten we wel, maar dat vonden we niet relevant met betrekking tot deze goedheilig man. (Misschien vond ik het zelfs toen al evenmin relevant dat de meisjes rokjes aanhadden ) Ook nu probeert men op de scholen een langer en origineler lied aan te leren, maar niet alle kinderen zien het nut daar van in. Zij die het hart op de juiste plaats hebben, wel. Zij die te zeer beïnvloed zijn door onze consumptiemaatschappij (een striptekenaar zou hen tekenen met dollartekens in de ogen), verkiezen het koeienstaartlied. Dat heeft bovendien een makkelijke melodie die daarbij nogal eens afgeraffeld wordt in plaats van gezongen. Hoogtepunt dit jaar waren vier meisjes tussen vier en negen jaar die over rokjes zongen en alle vier met evenveel overtuiging op een andere manier vals zongen.

Het begon niet goed dit jaar. Een kereltje van een jaar of vijf raffelde de koeienstaarten af. Verkleding nihil, plastic zak voor het snoep nog net niet tijdens het zingen al klaar gehouden. Ik nam wat snoep en een mandarijntje. Dat laatste ontlokte hem de opmerking: "Neen, dat niet! Dat lust ik niet." Waar eindigt mondigheid en waar begint brutaliteit? "Misschien lust je broer of zus het wel?" vroeg ik hem dan maar. Daarop wilde hij het wel aannemen.

De volgende zanger was een meisje uit de buurt. Ik kende haar al en wist dat ze niet bepaald bekend stond om haar beleefdheid. Toen ik de deur nog maar half open had, vroeg ze al: "Meneer, wat geeft u?". Dit was geen mondigheid meer, gewoon brutaliteit. "Dat zul je wel zien als je gezongen hebt" antwoordde ik dus maar. Ik liet de deur bewust half dicht zodat ze niet het lekkers kon zien dat op het bijzettafeltje stond tentoongesteld. Zonder veel bezieling 'zong' ze van koeien en staarten.

Gelukkig viel het daarna nog wel mee. Van een dropje van drie en haar neefje van vijf kan je niet verwachten dat ze correct zingen, al zongen ook zij vals met overgave. Ze werden gesteund door drie jongvolwassen supportsters.

In de loop van de dag kreeg ik nog bezoek van het knapste Marokkaantje van de straat, een jongen van een jaar of twaalf, die heel beleefd kwam vragen of hij een liedje mocht zingen. Hij zong tenminste wel het langere en originele lied, al moest ik hem een keer of drie opnieuw op weg helpen. Hij kent me en hoefde zich er dus niet heus voor te schamen, de schat.

Al bij al viel de opkomst nogal tegen. Het lijkt soms dat er steeds minder kinderen de straat op mogen. Ze mogen allicht van hun ouders die gevaarlijke straat niet meer op, ze moesten eens binnengesleurd worden door een gevaarlijke pedofiel

Maar los ik iets op door me daar druk in te maken? Neen dus. Niet vergeten dat het leven zo mooi is als je het zelf maakt, al helpen mooie jongens het nog mooier maken.

San Remo

Alle teksten ressorteren onder San Remo©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

San Remo

terug naar boven