Verhalen

Johnny, een boodschapper van Pylonië

Op een gegeven ogenblik dacht ik zelfs dat hij ging glimlachen, maar na een korte twinkeling trok hij zijn gezicht weer in plooi. Serieus, dat was hij. Een knaapje dat zich niet zomaar wilde overleveren aan een volle lach. Wellicht kwam dat omdat hij niet van hier was. Ofschoon ik het niet kon bewijzen hield ik er rekening mee dat de bewoners van het Romanstelsel hun emotionele kanalen op een andere wijze gebruikten. Waarschijnlijk via voelsprieten of middels het overbrengen van algoritmes die diep verstopt lagen in gedachten golven. Niks leek me onwaarschijnlijk omdat ik te maken had met een onbekende soort uit het heelal. Nog nooit eerder waren we bezocht door een afgezant uit het ver afgelegen melkwegstelsel. De hoofdreden zal vast in de onbeduidendheid van onze planeet hebben gelegen. Alhoewel we onlangs een tweetal handelsbetrekkingen met de kleine sterverbonden hadden afgesloten kon ik me voorstellen dat we niet belangrijk genoeg waren. Vroeger wel, want toen floreerde onze planeet naar behoren, maar sedert er een embargo op onze planeet rustte was de populatie teruggegroeid naar zo'n kleine 30.000 individuen. Kwantitatief was het dierenrijk ons al lang voorbijgesneld en we mochten blij zijn dat ze hun intelligentie niet evolueerden anders hadden we de slag om de organisatie beslist verloren. Om het verloren terrein te kunnen terugwinnen zouden we eerst de graven van onze voorvaderen moeten terugvinden in de zandgronden bij Shiet. Met de geavanceerde apparatuur die ons thans ter beschikking stond konden we een celopleving uitvoeren en de slapers tot leven wekken. Wetenschappers en staatslieden dienden als eersten te worden opgewekt waarna een ondersteunende golf van inventieve denkers moest volgen. Tot die laatste groep behoorden mijn ouders en ik kon niet wachten om hen weer te zien nadat zij een aantal decennia geleden waren ingeslapen. Alles in dienst van een nieuwe staat die vrede over de sterren zou moeten brengen.

Terwijl mijn hand naar een pakje sigaretten zocht keek ik het knaapje onderzoekend aan. Dat zulke knulletjes zomaar uit de lucht kwamen vallen verwierp ik al bij voorbaat. De leeftijd dat ik mijzelf in dergelijke sprookjes kon vinden had ik allang achter me gelaten. De eerste indrukken waren dat hij een zuivere Plagiaat moest zijn omdat ik me niet kon voorstellen dat de bewoners van het Romanstelsel er in werkelijkheid ook zo uit zouden zien. Het felle rode haar en de verstrooiing van de talloze sproetjes onder zijn ogen en rondom zijn neus leken uiterst natuurgetrouw. In zijn linkeroor droeg hij een ringetje van Krimaans goud, wat alleen aan de allerrijksten van onze planeet was voorbehouden. Dit gebruik was ontstaan omdat alle bankrekeningen waren opgeheven en de drager zodoende het fortuin toch in zijn bezit kon houden. Wanneer hij zou sterven en er bleek geen geld genoeg voor een begrafenis dan was de verkoop van het oorringetje al voldoende. Daarmee is vrijwel onmiddellijk de fabel ontkracht dat de handelaren uit Paina met slechts één oor geboren worden. De realiteit leert ons namelijk dat rovers verzot waren op het afsnijden van oorschelpen omdat hen dit een makkelijke verdiende buit opleverde.
Het was grappig om te zien dat de sproetjes op het gezicht van de jongen zich ook doorzette op zijn borst en op zijn schouders. Zijn Kreator had waarschijnlijk een levendige fantasie of moest wellicht terdege op de hoogte zijn geweest over het uiterlijk van de mensheid op aarde. Toen ik mijn aansteker en sigaretten had gevonden tikte ik tegen de onderkant van het pakje waardoor er een exemplaar te voorschijn kwam en stak die vervolgens aan.

"Nog drie jaar", sprak het knaapje emotieloos.

"Wat bedoel je met: nog drie jaar?", wilde ik weten.

"Dan ga je dood. Tenminste, als je in dit tempo blijft doorroken".

Ik blies de rook voor me uit staarde hem in gedachten aan. Drie jaar. Dit zou betekenen dat ik alleen maar de start van de nieuwe opleving zou kunnen meemaken. Het oogsten zou ik dan aan mijn volgelingen moeten overlaten. Zo'n ramp zou ik het niet vinden om te sterven omdat ik wist dat ik door de sluis naar een beter leven getransporteerd zou worden. Maar toch wilde ik het pact voldoende ondersteuning geven om te kunnen doorstoten naar een betere economie.

"Dat is een juiste keuze", moedigde het ventje mij aan toen ik de sigaret onder mijn schoen uitmaakte.

"Morgen zal je jezelf een stuk beter voelen".

"Hoezo morgen?", vroeg ik.

Het zat me dwars dat dit ventje zo betweterig op me overkwam. Hoe kon hij de wijsheid in pacht hebben terwijl hij zelf nog maar een kind was?

"Pas als de nieuw zon op je lichaam schijnt zullen de kieuwen die je gebruikt voor je ademhaling voldoende hersteld zijn om daar profijt van te hebben".

"Mensen hebben geen kieuwen. Vissen hebben kieuwen en mensen hebben poriën".

"Oh, bijna goed. Soms haal ik die dingen nog wel eens wat door elkaar".

"Als je zo doorgaat met het ventileren van wijsheden dan zal ik jou eens door elkaar halen", uitte ik mijn irritatie en pakte hem vast bij de lederen schouderstukken van zijn vest. Voor een moment zweefde hij bungelend in de lucht en raakten onze ogen elkaar vol venijnigheid. Toen ik bemerkte dat de hanger aan zijn ketting vervaarlijk begon op te lichten zette ik hem weer op de grond.

"Pas op, hè. Raak me nooit meer aan", waarschuwde hij ontzet. "Mijn bloed is van zoutzuur en zou je kunnen verwonden. Eén druppel op een verkeerde plaats zou al voldoende moeten zijn om je er aan dood te laten gaan".

Met een lichte handstreek over de hanger doofde hij het licht keek me beschuldigend aan.

"Als ik mijn icoon zijn gang had laten gaan dan was jouw nieuwe wereld in een oogwenk verwoest. Doe dat nooit meer. Alleen als ik je toestemming geef mag je me aanraken".

Ik knikte.

"Beschermt het icoon je automatisch als er gevaar dreigt?".

"Er zit een vergrendeling op. Daarom moet het om autorisatie vragen om tot vernietiging over te gaan. Ik kan het ook op volautomatisch zetten".

"Dzjiemork?" .

"Ja?".

"Vertel me in godsnaam wie je bent. Sta ik hier nu met een oude lul te praten of met een knulletje van ... ...?".

"Zeshonderd jaar", vulde hij mijn vraag onmiddellijk in.

"Je besodemieterd me toch niet, hè?".

"Nee, echt niet. Wij beginnen pas volwaardig te groeien als we 1000 zijn".

"En nu zit je nog in je pubertijd?", grapte ik.

Opnieuw had ik mijn doel gemist. Het kereltje had kennelijk onvoldoende informatie ingewonnen over aardse grappen of hij had absoluut geen gevoel voor humor.

"Wat kom je hier eigenlijk doen? Heb je een bepaalde missie?".

"Ik kom je waarschuwen".

"Waarschuwen?", herhaalde ik. "Waar tegen moet je me dan waarschuwen?".

"Tegen jezelf, je bent gevaarlijk voor de toekomst".

Aanvankelijk keek ik hem ongelovig aan waarna ik begon te bulderen van het lachen. Het hield niet meer op en mijn buik schudde onbedaarlijk op en neer. Tranen van plezier stroomden over mijn wangen en leken in een stroomversnelling te komen toen ik het angstige gezicht van Dzjiemork zag. Stel je voor. Op welke manier zou ik in godsnaam een gevaar voor de toekomst kunnen zijn?

"Waarom maak je dat geluid?", vroeg hij. "Ga je aanvallen?".

"En hoe zou ik jou moeten aanvallen, addergebroed? Als ik je aanraak dan ga ik dood omdat er zoutzuur door je aderen stroomt. Vertel me liever waarom je mij gevaarlijk vind".

"Omdat je aanpassingen maakt in wiskundige berekeningen van Einstein. Ze zijn fout" .

"Fout, wat bedoel je met fout? Ik ben de beste rekenaar van deze aardkloot. Ik word geacht om geen enkele fout te maken. Bovendien staat er een complete rekenfabriek tot mijn beschikking".

Dzjiemork schudde het hoofd waarna hij roerloos voor zich uit staarde. De schittering in zijn ogen leek bij toverslag gedoofd. De verkwikkende lichaamstaal die hem kort daarvoor zo sterk en jeugdig maakte leek langzaam in hem weg te ebben. Zijn houding veranderde.

"Klootzak", prevelde hij nauwelijks verstaanbaar terwijl hij vocht tegen opwellende tranen.

"Wat?", bulderde ik. "Hoe durf je mij zo te noemen?".

"Omdat je een grote hufter bent, klootzak", schreeuwde hij het in alle kracht uit. In de gloed van de maan zag ik hoe hij zijn vuisten balde en hoe zijn gezicht verstarde van woede. Geheel overdonderd keek ik hem aan. Daarna veerde hij katachtig op en probeerde me met de hakken en de neuzen van zijn lederen laarzen te raken. Ternauwernood kon ik zijn aanvallen ontwijken en tuimelde bij zijn laatste poging op de grond.

"Jij moet dood, lul", krijste hij vol woedde en probeerde me alsnog te verwonden. Toen dit niet lukte rende hij weg maar bleef op een tiental meters stilstaan. Hij boog te neer geslagen het hoofd en zijn lichaam straalde mistroostigheid uit. Ik zag hem op de rug en kwam naderbij gelopen. Op een aantal meters gekomen liet hij zich op zijn knieën vallen en begon hartverscheurend te huilen. Ik had stellig met hem te doen en legde me naast hem neer. De druppels traanvocht raakten de aarde terwijl zijn lichaam hevig schokte. Ik hief mijn hand op om hem door zijn rode lokken te wrijven.

"Niet doen", snikte hij.

"Zoutzuur", herinnerde ik mij.

Er ging enige tijd voorbij voordat hij zich weer enigszins in gareel had.

"Je had me makkelijk kunnen raken", merkte ik op.

Hij knikte. "Als dit een eerlijk gevecht zou zijn geweest dan was je allang dood", stotterde hij. "Maar ik mag de toekomst niet veranderen. Ik mag niet eens hier zijn".

"Vertel me nu eerst eens rustig wat er aan de hand is. Ik ben me van geen kwaad bewust".

Dzjiemork wachtte tot een nieuwe serie huiver uit zijn lichaam was verdwenen en droogde daarna zijn tranen. De zwarte vegen van zijn handen bedekten zijn olijke sproetjes volkomen en in de schemering zag hij er uit als een jonge indiaan die getooid was met oorlogsverf.

"Begin maar bij Einstein", gaf ik aan. "Want daar is het kennelijk fout gegaan".

"Ja", knikte hij. "Je hebt Einsteins theorieën gebruikt om je voort te bewegen in de tijd. Daar ga je in de fout. Van wiskunde heb je werkelijk geen mallemoer begrepen".

"Je bedoelt dat ik de formules verkeerd toepas?".

"Ja. De tijdscapsule die je gebruikt zal te pletter slaan. Er zullen 500.000 mensen omkomen".

"Ai", antwoordde ik geschrokken. "En daar kom jij me nu voor waarschuwen?"

Waarschijnlijk had mijn conclusie te onnozel geklonken wat hem aanzette tot een hernieuwde uiting van emoties.

"Begrijp je het nu nog niet, klootzak?", wierp hij me bits toe. "Mijn ouders zijn dood. Dood. En dat allemaal door jouw schuld. Mijn hele familie is verdomme omgekomen".

"En hoe kan het dan zijn dat jij de dans ontsprongen bent?" .

"Schoolkamp. Ik zat aan de andere kant van de planeet. Maar ook daar hebben we de schok van de explosie gevoeld. We zagen hoe de golven uit de zee hierdoor werden opgejaagd en we konden nog maar net ontsnappen aan de bosbranden die door het ongeluk waren ontstaan".

Opnieuw welden er tranen op in zijn ogen terwijl hij zijn hoofd verschuilde tussen zijn handen.

"Eigenlijk zou ik je nu dood moeten maken. Maar ik kan het niet. Mijn god, ik kan het niet. Ik hou zo vreselijk veel van mijn vader en moeder. Wat moet ik doen? Vertel me, wat moet ik doen?".

Ik zuchtte en voelde me diep schuldig aan een gebeurtenis die nog bewaarheid zou moeten worden. Toegegeven. Nadat het onderzoeksteam zich toegang had verschaft tot de geheime rijksarchieven had men daar enkele berekeningen van Einstein tussen de stofdelen opgegraven Niet alles was bewaard gebleven. De meeste van de formules waren vergaan, maar ik was inderdaad gefascineerd geraakt door diens theorieën over het reizen in tijd en ruimte. Het was een voornemen om me na de herrijzenis van de voorvaderen verder te verdiepen in de materie en een reconstructie te maken. Mijn hand voelde in de binnenzak van mijn jack. Daar bevonden zich de papieren die ik zorgvuldig op mijn lichaam bewaarde omdat ik deze niet kwijt wilde raken.

"Kijk, Dzjiemork. Dit zijn waarschijnlijk de formules die je bedoelt".

Het ventje keek op en griste de enveloppe uit mijn hand. Vervolgens scheurde hij het papier open en las de formules die genoteerd stonden.

"Dat zijn ze inderdaad", stelde hij vast waarna hij de papieren weer teruggaf. 'Hou ze maar, ik mag de toekomst niet veranderen".

"Misschien kunnen we zaken doen. Het zijn de enige aantekeningen die bewaard zijn gebleven. Meer exemplaren zijn er op de hele wereld niet te vinden. Als ik ze nu verbrand dan kunnen er geen ongeluk meer gebeuren. Maar voordat ik dat doe moet ik je wel om een gunst vragen".

"Doe maar", keek het ventje bedrukt. "Ik zal er alles voor doen om het leven van mijn ouders te redden".

"Ben je super begaafd?" .

"Sommigen van ons hebben energie om onbeschrijfelijke dingen te doen".

"Jij ook?" .

"Niet zo sterk als de opperwezens. Ik kan alleen maar kleine wonderen verrichten".

"Dat is goed, want meer heb ik niet nodig. Ik heb een hele speciale vraag".

"Ik denk dat ik het al weet".

"Oh ja? Nou vertel maar".

"Nee doe jij maar, ik wil het van jou horen".

"Ok".

Ik schraapte mijn keel en moest me er toe aan zetten om enige schaamte te overwinnen. Het was ook ongebruikelijk dat ik een verzoek moest indienen omdat ik doorgaans automatisch op mijn wenken werd bediend. Dat was het privilege dat ik kende omdat ik 30.000 onderdanen moest onderhouden. Ik kon beschikken over leven en dood, maar nu ik voelde me ongemakkelijk. Temeer nu ik mezelf kwetsbaar moest opstellen naar een knulletje die er uitzag als jochie tien jaar. Ach wat. Hij had me zijn echte leeftijd toch immers al verteld. Zeshonderd zou hij moeten zijn en dan nog was hij niet volgroeid. Hoe oud zouden de inwoners uit het Romanstelsel eigenlijk kunnen worden? Misschien deed ik er beter aan om me dat niet af te vragen. Er lagen nog zoveel andere problemen aan de horizon verscholen.

"Weet je, Dzjiemork", begon ik aarzelend. "Ik zit wat anders in elkaar dan andere mannen".

Hierop laste ik even een pauze in om te kijken hoe hij hierop reageerde, maar ontdekte niks anders dan oprechte belangstelling in zijn ogen. Opnieuw meende ik een glimlach om zijn lippen te ontwaren. Maar daarin zal ik me wel vergist hebben omdat hij er blijk van had gegeven humorloos te zijn. Wél keek hij me aan met een blik alsof hij al op voorhand wist wat ik hem wilde vertellen.

"Ik ben boylover", schoot het er eindelijk uit.

"Boylover, wat is dat nu weer? Bedoel je dat je van jongetjes houdt?"

"Inderdaad, dat bedoel ik", antwoordde ik met het hoofd gebogen. "Daarom haat ik de wereld. Ik kan geen erectie krijgen van een mooie vrouw. Ik zal nooit kinderen kunnen krijgen en ik...."

Hier onderbrak het kereltje mijn verhaal door zijn wijsvinger op mijn lippen te leggen. Althans bijna, want ik deinsde van schrik achteruit omdat ik de waarschuwing over zoutzuur serieus had genomen.

"Als je me vraagt of ik je geaardheid kan veranderen, dan zeg ik nee".

"Leg me dat eens uit".

"Stupid You. Wanneer je geen boylover was geweest dan had je nooit de drive kunnen vinden om je tot de man te ontwikkelen die je nu bent. Als ik een hetero van je maak dan zal de status die je nu als monarch hebt opgebouwd verdwijnen en daarna zal je in een mindere wereld geraken", sprak het ventje wijs.

"Ja. Maar als ik blijf zoals ik nu ben dan schiet ik daar geen bliksem mee op. Ik wil zonen die mij kunnen opvolgen als ik er straks niet meer zal zijn".

"Je krijgt geen zonen, je bent onvruchtbaar".

Ik schrok.

"Bovendien zal je geen koning meer zijn als ik je geaardheid afneem. Zoals je nu bent ben je koning geworden. De mensen houden van je".

"Maar ze weten niet dat ik van jongens hou. Ze zouden mij veroordelen als ik het hun vertelde. Het is een geheim".

"Bullshit", antwoordde Dzjiemork. "Bij ons in Pylonië hebben we al seks met ouderen als we honderd zijn. Het wordt ons zelf verboden om op die leeftijd eigenhandig te masturberen. Ik moet er niet aan denken als we dit moment niet meer met een ander kunnen delen".

"Maar het is fout".

"Wat is fout? De gedachtegang van de mensen is fout. Zij zijn degenen die de ontwikkelingen veranderd hebben. Kijk maar naar de natuur".

"Wat heeft de natuur daar dan mee te maken?".

"Alles. Wanneer er in de natuur dieren geboren zijn dan worden ze voorbereid om te paren. Sommige van die beesten zijn al vroeg geslachtsrijp. Als je het omrekent naar mensenleeftijd dan zullen ze acht jaar zijn. Wat doet de mensheid? Die verstoort de seksuele ontwikkeling van hun kinderen omdat ze vinden dat ze eerst naar school moeten. In onze wereld gaan we pas leren als de belangstelling voor seks afneemt. Op latere leeftijd dus. Meestal heeft het voortplanten dan al plaatsgevonden en neemt de kracht van het zaad daarna toch af".

De uitleg had weliswaar logisch geklonken, maar toch had ik tijd nodig om er over na te denken. Kon het allemaal terug te voeren zijn op voorbeelden uit de dierenwereld? Kon deze vergelijking wel opgaan?

"Pylonië? Noemen jullie je planeet Pylonië?", vroeg ik om tijd te winnen.

"Ja. Wat is daar zo vreemd aan?".

"Niets eigenlijk. Maar het woord pylonen gebruiken we hier om voorwerpen te omschrijven die onder bruggen staan. Het zijn een soort dragers".

"Dat is ook de betekenis en de taak van ons volk. Wij dragen de oppermogendheden zoveel mogelijk wijsheid aan. Daardoor zijn ze in staat om beter te regeren".

"Wijsheid is jullie wel toevertrouwd", glimlachte ik en hield mijn aansteker onder de enveloppe, "Daar gaan de formules Dzjiemork. Daar gaat je angst".

Samen keken wij toe hoe de aantekeningen van een wijs man in vlammen opgingen. Er zouden geen foute berekeningen meer aan ontleend kunnen worden. Er zou geen tijdscapsule meer gebouwd kunnen worden. Louter en alleen omdat ik een vlammetje hield onder een papiertje met wat wiskundig gebrabbel zouden 500.000 mensen gered worden.

"Vertel nog eens wat meer over jullie wereld, Dzjiemork. Vooral over jullie beleving van seks".

"Wat zou je dan nog meer willen weten? Wij mogen seks hebben met ouderen. Maar alleen als we die ouderen zelf uitkiezen. Als we zin hebben dan gaan we gewoon naar iemand toe. Bij ons is dat de gewoonste zaak van de wereld. Ik begrijp niet dat het hier anders gaat".

"Ik zou best in jullie wereld willen leven", wenste ik hardop.

"Maar dat zou nog niet betekenen dat je wordt aangewezen door één van de kinderen".

"Dat is ook weer waar".

"Zou je dat dan willen?".

"Zeker weten".

"Ok. Voordat ik naar huis ga hebben wij seks in ruil voor het verbranden van de formules. Als dit tenminste je ultieme wens is", sprak het kereltje terwijl hij zijn vest uittrok. De gloed van de maan bescheen zijn ontblootte bovenlichaam en een eerste zomerwind woelde door zijn rode harenpracht. Ik aarzelde.

"Seks tussen ons is onmogelijk".

"Hoezo?".

"Zoutzuur".

Het ventje keek me met pretogen aan.

"Wat kijk je nou?".

"Dat was gelogen".

"Wat? Dat was gelogen?".

"Mijn bloed is gewoon bloed. Net als bij jullie".

"Geen zoutzuur dus?".

"Nee, maar de waarschuwing heeft wel geholpen ".

Voor het eerst hoorde ik Dzjiemork lang en uitgebreid lachen.

"Zie je wel dat je kan lachen, dondersteen", riep ik hem vrolijk toe terwijl ik mijn armen om hem heen sloeg en hem heerlijk op zijn sproetenkop kuste.

"Hou op met praten. We hebben andere dingen te doen".

Johnny, 06-01-2002

Alle teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Johnny

terug naar boven