Verhalen

Johnny, de Kubus van Rawinder

Soms heb je van die periodes in het leven dat werkelijk alles dreigt stuk te gaan. Water kan daarin een grote boosdoener zijn want water zoekt zijn eigen weg en overloopt barricades die onneembaar lijken. Mijn goede vader vertelde mij eens op jonge leeftijd dat het voortbestaan van de mensheid schrijnend ten onder zou gaan aan de willekeur van ratten en water. Het woord ratten gebruikte hij als metafoor en wees daarmee op de nimmer aflatende wegen die mensen zouden bewandelen om hun doelen te bereiken. Egoïsme kan tot extremisme leiden en ook de mens zou daarin dezelfde eigenschappen hanteren als de gewraakte diersoort die hun leger vanuit de duisternis liet toeslaan. Met water bedoelde hij de dreigende aanwezigheid van een vloeibare vijand welke eerder in staat was gebleken om een koninkrijk als Atlantis op te slokken in vergetelheid.

"Loodgieterbedrijf Rawinder", klonk een vriendelijke vrouwenstem aan de andere kant van de lijn. "Wat kan ik voor U doen?"

Ik droomde even weg omdat ik de stem meende te herkennen maar zette de schijnbare herkenning snel van mij af omdat de vrouw aan wie haar stem mij deed denken al geruime tijd geleden het leven had gelaten bij een verkeersincident. Ooit was zij één van mijn raadselen geweest omdat ik wist dat ik niet verliefd kon worden op personen van de andere seksen, maar toch hield haar gezicht mij gevangen en verlangde ik naar haar aanwezigheid. De indrukken die zij had achtergelaten waren onslijtbaar gebleken. Wellicht was het haar jongensachtige uiterlijk dat mij deed zweten en de hormonen op hol deed slaan. Daarnaast toonde zij een lieve aanhankelijkheid en was behept met een zuiverheid die ik alleen nog maar kon vinden bij jonge kinderen.

"Bent U daar nog?", klonk haar stem opnieuw.

" Ehhh … ja. U moet mij helpen. Alles in mijn huis dreigt stuk te gaan".

"Kunt U mij een situatieschets geven?"

"De afvoer van de gootsteen lekt; de stortbak van het toilet werkt niet meer en de c.v.-ketel voert het water in ijltempo af langs een weg die mij niet aanstaat".

"U bedoelt daarmee dat de c.v.-ketel water verliest?"

"Zeker, ik ren mij rot met emmertjes om te voorkomen dat het water mijn plafond en mijn meubeltjes aantast".

"Eens kijken. Schikt het U als er vanmiddag iemand langskomt?"

"Hoe eerder hoe beter. Ik ben thuis en wacht met smacht op een reparateur".

"Komt voor elkaar. Mag ik dan Uw adres en telefoonnummer noteren?"

Ik had een hekel aan overdreven vriendelijkheid. Zeker als winstbejag daaraan ten grondslag lag. In vrijwel alle gevallen zou ik de persoon verzoeken om te matigen maar nu restte mij geen andere keuze dan al die zoetsappige vragen lijdzaam te ondergaan. Ik wilde uiteindelijk snel geholpen worden en bedacht dat elke opmerking die tegen haar vriendelijkheid zou in strelen er een kon zijn die het tempo van expertise zou kunnen afremmen. Nadat ik haar de informatie had gegeven legde ik de hoorn op de haak en rekte mij uit. Weldra zouden mijn problemen verholpen zijn en zou ik met een gerust hart mijn deur kunnen afsluiten om met vakantie te gaan.

Waarschijnlijk was ik op de bank in slaap gevallen en had de deurbel niet gehoord. Direct daarop werd ik opgeroepen middels mijn mobiele telefoon die al die tijd op de salontafel had gelegen. Wellicht had ik wat slaperig geklonken want de persoon aan de andere kant van de lijn begon geamuseerd te lachen.

"Ik heb U toch niet wakker gebeld?"

"Ik ben even onder zeil gegaan op de bank".

De nummerherkenning had geen informatie gevonden over de beller waardoor ik vroeg naar zijn identiteit. Ras bleek dat degene die mij had opgeroepen door het loodgieterbedrijf en ontbrandde de man opnieuw in gelach omdat mijn jubel waarschijnlijk erg enthousiast had geklonken. Ik verbrak de verbinding en opende de deur. Boven aan de trap wachtte ik om de persoon te begroeten en slaakte een zucht van opwinding toen ik hem vergezeld zag door een beeldschoon knulletje die ik op een jaar of tien schatte.

"Uw zoon?", wees ik naar de jongeling.

"Hij hoort bij de familie maar hij is niet mijn zoon".

Dit laatste bleek een bevestiging van mijn oorspronkelijke gedachten want het kereltje had een Indisch uiterlijk terwijl de man duidelijk van Europese komaf leek te zijn. Door zijn opmerking kon ik de mogelijkheid wegschrappen dat hij een met een Indische vrouw getrouwd zou kunnen zijn. Maar toch hield het ventje mijn volle aandacht.

"Waar zijn de problemen?", lachte de loodgieter mij toe.

"Volg mij maar, ik zal ze U tonen".

Ik ging hem voor naar de keuken en wees hem daarna waar het toilet zich bevond. Daarna leidde ik hem naar de plaats waar de c.v.-ketel onophoudelijk druppelde. Ik schrok van zijn peinzende gezicht maar al snel kwamen wij een reparatieprijs overeen, waarvan de hoogte mij weliswaar niet beviel, maar desondanks toch accepteerde omdat ik zo snel mogelijk van mijn problemen verlost wilde zijn.

"Ik zal even mijn gereedschap uit de auto pakken. Kan ik Rawinder voor een moment bij U achterlaten of zal ik hem meenemen? Hij kan ook buiten wachten".

"Nee, laat hem maar hier. Dan zetten wij alvast een pot koffie want ik denk dat U koffie wel welkom zal zijn".

"Uitstekend idee. Vanmorgen heb ik de laatste bak gedronken en daarna heb ik niks meer gehad. Het is nogal druk, weet U".

Toen de loodgieter de trap afdaalde keek ik het kereltje aan. Zijn gebronsde lichaam dat slechts bedekt was door een verbleekt shirt en een kakiboek verraadde een schoonheid die ik de laatste jaren niet meer had gezien. Hij leek mij verlegen maar waarschijnlijk had zijn zwijgzaamheid ook te doen met het aftasten van ons beiden karakter. Hij volgde al mijn bewegingen met zijn mooie diepbruine ogen en bij elke wending die hij met zijn hoofd maakte danste het haar op zijn voorhoofd.

"Hoe oud ben je?", vroeg ik om het ijs te breken. "Ik ben tien jaar, meneer", antwoordde hij beleefd.

"Hm, dat dacht ik al. Ik had je inderdaad niet ouder ingeschat".

"U bent goed in leeftijden", sprak de jongen.

Een glimlach ritste zijn mondje open waardoor ik zijn hagelwitte tanden kon zien. "Ik schat dat U vijfenveertig bent". Die opmerking deed de adem in mijn keel stokken en gaf mij reden tot nadenken. Hij had de spijker op de kop geraakt want ik had inderdaad exact de leeftijd die hij noemde. Waarschijnlijk had hij schik om de stilte die viel omdat hij daar uit kon opmaken dat hij mijn leeftijd trefzeker had geraden. Ik knielde en keek hem recht in de ogen.

"Jij lijkt mij een pienter ventje", streelde ik hem door de haren.

"Was de leeftijd goed?"

"Ongeveer", antwoordde ik bedenkelijk terwijl ik mij weer oprichtte om naar de keuken te gaan.

"Ongeveer is zeker hetzelfde als: Ja?", daagde hij mij ontdeugend uit.

Ik pruttelde wat en duwde hem zachtjes vooruit door mijn hand op zijn schouder te leggen. Hij begreep onmiddellijk wat er van hem verwacht werd en liep vooruit naar de keuken waar wij zwijgzaam een pot koffie voorbereidden. Kort daarop voegde de loodgieter zich bij ons gezelschap en knielde voor het aanrechtblok teneinde aan te vangen met de eerste uit een lange reeks reparaties.

"U bent geïnteresseerd in de jongen?", vroeg hij plotseling. Ik schrok van zijn conclusie omdat ik er in getraind was om mijn gevoelens voor jongens zoals Rawinder zoveel mogelijk bedekt te houden. In dit geval hadden mijn zorgvuldigheden waarschijnlijk niet geholpen of de loodgieter had zich bediend van een toevaltreffer.

"Waar maakt U dat aan op?", vroeg ik om tijd te winnen.

"Het is de manier waarop U naar hem kijkt. Uw ogen glanzen als sterren aan de hemel".

"Het is niet wat U denkt", verweerde ik mij.

"Al zou het wél zijn wat ik denk. Ik heb daar geen problemen mee. Op dezelfde manier is hij ook ons gezin binnengedrongen".

"Wat bedoelt U met binnengedrongen? Dat klinkt nogal mysterieus".

"Tja, hoe zal ik het zeggen. Rawinder heeft zich op een nogal vreemde manier aangediend. Eigenlijk weten wij niks van hem, maar tóch weten wij alles. Het is allemaal weerzinwekkend maar hij houdt ons allemaal in een greep".

Ik keek verwonderd naar de jongen die naast mij stond. Het gesprek leek volkomen langs hem heen te gaan maar ik voelde dat hij elke zin die wij uitspraken op waarde schatte en een gunstig moment afwachtte om in te breken in ons gesprek.

"U heeft het loodgieterbedrijf zijn naam gegeven? Dan heeft hij zich toch, op de één of andere wijze, een belangrijke positie kunnen aanmeten."

"Oorspronkelijk heette ons bedrijf naar onze familienaam maar dit kereltje heeft ons zoveel over technieken en water geleerd dat wij niet anders konden dan zijn naam te verbinden aan ons bedrijf".

"Klinkt interessant. Kan je mij daar meer over vertellen?".

"Alleen als U geïnteresseerd bent".

"Misschien".

"Oké. Het begon allemaal met een telefonische noodkreet. Er kwam een melding dat ergens een ogenschijnlijk onafwendbare lekkage was ontstaan waarbij onze hulp werd vereist. Toen wij op pad gingen vonden wij Rawinder. Hij was alleen in het huis. Zijn ouders waren in geen velden of wegen te bekennen en wij hebben ons altijd afgevraagd of dit ventje ooit ouders heeft gehad. Hij is nogal een eenling, ziet U".

"Hij lijkt misschien wel zelfstandig maar ik kan mij niet voorstellen dat hij zonder ouders ter wereld is gekomen".

"Daar moet U niet vreemd bij opkijken. Rawinder is voor ons een raadseltje. Noem hem een klein wondertje".

"U gebruikt een pleonasme. Een wondertje is al klein dus is het voorvoegsel dat U gebruikt onnodig".

"Hoe dan ook. Omdat Rawinder werkelijk alleen bleek te zijn hebben wij hem in ons gezin opgenomen. Wij konden niet anders, alles leek voorbestemd. De lekkage bleek voorgewend of was gestopt op het moment dat wij arriveerden. Dit kereltje speelt met water, water is zijn beste vriend".

"Hm. Interessant verhaal. Zijn jullie nog steeds op zoek naar zijn ouders of heb je alle hoop op een goed resultaat opgegeven?"

"Ze zijn onvindbaar. Ze hebben nooit bestaan of weten zich op een voortreffelijke wijze schuil te houden. Rawinder vertelt ons alleen maar wat hij wil los laten en dat is absoluut niet veel".

"Zal ik eens met hem praten. Misschien helpt dat enigszins?"

"U mag het proberen maar ik moet u waarschuwen. Het ventje is verschrikkelijk sluw en kleedt U letterlijk en figuurlijk uit. Dat heb ik aan de lijven ondervonden. U kan beter afstand houden".

"Daar ben ik dan altijd zelf nog bij".

Het gesprek fascineerde mij. Ogenschijnlijk leek Rawinder mij een heerlijke jongen met een ontwapend open karakter en, afgezien van trefzekerheid in leeftijd raden, bleek hij op geen enkele over een magie te beschikken waarvoor ik mij zou moeten wapenen. Misschien kon ik de aangewezen persoon zijn aan wie hij zijn geheimen kenbaar zou willen maken.

"Woont U hier helemaal alleen?", vroeg hij bezorgd terwijl wij de woonkamer inliepen.

Ik knikte en maakte mij niet bezorgd om zijn opmerking. In de woonkamer waren aanwijzingen genoeg waaruit bleek dat ik de enige bewoner was van het huis. Een vrouwenhand werd node gemist maar desondanks prefereerde ik het om alle huishoudelijke klusjes zelf te doen.

"Waarom vraag je dat?", wilde ik weten.

"Stof", antwoordde hij kort terwijl hij zijn vinger langs een lijst van een schilderij haalde.

"Hm, scherp opgemerkt. Maar waarschijnlijk wist je al dat ik vrijgezel ben".

Rawinder schudde zijn hoofd. "Nee, hoor. Niemand heeft mij dat verteld. Het is gewoon zoals ik denk dat een vrijgezel woont. Heeft U vaak seks met Uzelf?".

Ik kleurde en draaide mij om teneinde de blos op mijn wangen te verbergen. Sodeju, de leeftijd om te blozen was ik allang gepasseerd, maar dit ventje bracht de onzekerheid in mij terug.

"Schaamt U zich om over seks te praten?", hoorde ik zijn stemmetje op de achtergrond.

"Ik moet er tegen kunnen", antwoordde ik. Ik had mij weer omgedraaid en streelde hem al denkende door zijn mooie zwarte haren. De blik in zijn ogen leek onschuldig en vriendelijk. Misschien zou ik zelfs moeten zeggen dat hij lief was.

"Waarom vrijt U niet met jonge jongens? U denkt er vaak aan".

Hij moet aan mijn schrikbewegingen hebben gezien dat ik schrok van zijn opmerking want direct pakte hij verontschuldigend mijn hand en begon mijn vingers te strelen. Het duurde even voordat ik weer tot mijzelf was gekomen en probeerde hem direct van het onderwerp af te leiden.

"Welke kunstjes schuilen er nog meer achter dat vriendelijke gezicht?"

"Ik ben de tovenaar van het water. Ik kan water laten doen wat ik wil".

"En wat zou je dan willen dat het water doet?"

"Water is mijn vriend. Ik ben geboren in een streek waar het water ons koninkrijk is. Ik kan het U laten zien, als U wilt, ik heb toch een nieuwe mentor nodig".

"Een nieuwe mentor? Wat bedoel je daarmee?"

Veel tijd om na te denken over zijn nieuwe opmerking kreeg ik niet want hij maakte gebaren met zijn hand waarop er in het midden van de kamer een kleine doorzichtbare kubus verscheen die in lucht leek te zweven. Hij wees er naar: "Als U graag met mij wilt meereizen dan moet U alle energie in de kubus stoppen dan groeit hij tot Uw lengte en moet U daarin gaan liggen".

"Je bedoelt dat de kubus een soortement van vervoersmiddel is?"

"Zoiets", grinnikte hij. Ik probeerde het voorwerp voorzichtig met mijn wijsvinger aan te raken.

Het was geen eng gevoel maar het leek of de kubus onder mijn vinger ademde. Geschrokken trok ik mijn hand terug maar er bleef voldoende nieuwsgierigheid over om mijn aanraking te herhalen.

"U hoeft niet bang te zijn. De kubus is eigenlijk een Fozzz en een volwassen Fozzz is er op getraind om de mensen te dienen. Hij zal U geen kwaad doen".

Ik sloeg zijn uitleg op in mijn sensor geheugen omdat ik teveel was gefascineerd door het doorzichtige 'ding' dat in mijn woonkamer zweefde. Telkens als ik het voorwerp aanraakte bleek het te groeien en weldra bereikte het de omvang van een kubus van twee bij twee meter.

"Hij is klaar met groeien. U kan instappen".

Voorzichtig duwde ik met mijn hand tegen de zijkant van de glazen doos en bemerkte dat ik zachtjes door de zijwand duwde. Mijn hand en mijn arm waren al binnen maar ik aarzelde om mijn lichaam aan de kubus te geven. Enkele bemoedigende woorden van Rawinder zorgden ervoor dat ik de volgende stap durfde te nemen. Binnenin was het lekker warm en als ik mijn adem inhield dan leek het net alsof ik een hartslag hoorde slaan. Het idee maakte mij duizelig en ik besloot om even te gaan liggen. Terwijl ik naar de zoldering keek kroop Rawinder op de bovenkant van de kubus en keek mij bewonderend aan.

"De Fozzz heeft U geaccepteerd. U bent een vriend van hem geworden".

Ik probeerde te antwoorden maar verstijfde van schrik toen ik langs de zijkanten een geelachtig water naar binnen zag stromen. Ik probeerde de kubus te ontvluchten maar 'iets' hield mij in de houding waarin ik lag. Lijdzaam onderging ik hoe het water sneller en sneller naar binnen kolkte en voelde hij mijn lichaam begon te drijven. Steeds dichter en dichter kwam mijn lichaam tot dat bij Rawinder en het duurde niet lang voordat wij elkaar raakten. De bovenkant van de kubus leek te smelten en weldra lagen onze lichamen op elkaar. Ik sloeg mijn armen om de jongen en probeerde mij te verweren toen hij mij zachtjes kuste.

De volgende minuten leek de waanzin toe te slaan. Onze lichamen leken aan elkaar gegroeid en voor eeuwig met elkaar verbonden. Het water kolkte en kolkte terwijl wij werden meegevoerd door een sterkte stroming. Ik was bang, uiterst bang maar mijn kleine vriend kuste mij telkens nieuwe moed in en stelde mijn bewustzijn op de proef. Totdat het moment kwam dat wij helemaal waren ondergedompeld in de gele watermassa en ik worstelde om naar adem te happen. Daarna viel de rust in. Een heerlijke rust waarin ik mij doodwaande.

Toen ik mijn ogen opende zag ik dat ik mij bevond op een grote waterlelie en wist mij omringd door allerlei feeërieke waterplanten. Boven mij floten de dartele vogels wonderschone sonates en kusten de vlinder de lucht met hun ragfijne vleugelen. Tegenover mij zat Rawinder die mij vriendelijk toelachte.

"In godsnaam, Rawinder. Vertel mij waar wij zijn, het is hier zo adembenemend mooi. Ik zou hier willen sterven of voor eeuwig willen blijven".

"Je bent op de weg naar de Waterstad. Dat is waar ik woon".

"De Waterstad? Droom ik?"

"Niets is een droom. Je beleeft dit écht. Luister de muziek komt".

Het water reikte ver en blies de doordringende geluiden van een solerende sax in onze richting. Ik had de geluiden eerder gehoord in documentaires over Amerika waar de onmeetbare eenzaamheid van de getto's met schreeuwende riffs werden onderstreept. Het leek op een blues maar het verankerde zich dieper in je ziel totdat je de muziek helemaal door je lijf voelde opgenomen. Ik sloot mijn ogen en probeerde de tonen te raken.

"Hou ze vast, de tonen zijn trekhaken die je naar de Waterstad vieren. Je doet het goed".

Ik voelde hoe het water onder ons bewoog, of was het de waterlelie die met de stroom meedreef?

Elke minuut leek de muziek aan te zwellen tot een fortissimo doordrenkt met een ongekende kracht.

"Vertel, mij Rawinder. Wat is het doel van deze reis. De loodgieter die voor je zorgt zal je gaan missen. Hij zal de politie waarschuwen en die zal je gaan zoeken".

Rawinder lachte geheimzinnig. Hij was mooi als hij lachte, betoverend mooi. Zijn hele gezichtje stond daarbij fris en ontdeugend jongensachtig. Zijn ogen straalden als nooit tevoren. Zoals ik hem zag had zijn fragiele lichaam iets bekoorlijks dat je bijna goddelijk zou kunnen noemen. De wind blies zijn haren op terwijl waarbij zijn slanke nek zichtbaar werd. Het was mij niet eerder opgevallen maar nu zag ik dat hij een oorring droeg die van massief goud leek. Hij stond op en trok zijn shirt uit.

"Het is warm", pufte hij glimlachend terwijl hij enkele lianen opzij duwden.

"Je hebt gelijk", volgde ik zijn voorbeeld.

"Massa's haar", fonkelde zijn ogen toen hij mijn ontblootte bovenlijf zag. "Daar hou ik van. Mijn vader zal het vast niet erg vinden als ik je ga kroelen".

"Ga kroelen?", probeerde ik maar het was te laat.

Voor ik het wist had Rawinder zich boven op mij gegooid en kuste mijn nek en streelde met zijn vingers door mijn haardos. Alhoewel ik mijn uiterste best deed kon ik geen tegenstand bieden aan zijn avances en weldra minden wij elkaar als een stel jong geliefden die een ongekende drang naar lust beproefden in hun liefdesspel.

We kwamen niet meer vooruit. De waterlelie was verstrikt geraakt in ruisende haag van riet en hield ons gevangen. De takken van de bomen ruisten zachtjes in de wind en de vlinders daalden neer op onze bezwete lichamen. Op de achtergrond speelde de sax een minzame melodie die ons verlangen streelde en onze driften stimuleerde.

Wij minden tot de eerste duisternis zich voorzichtig aankondigde en de nachtegalen zachtjes probeerden mee te zingen op het muziekstuk van de sax die, vanuit mijn beleving, telkens dezelfde melodielijn speelde maar met feilloze en onmeetbare variaties. De maan begin zich te verheffen en wij genoten na van ons liefdesspel terwijl de golven rondom onze waterlelie klotste.

"Je hebt mij verliefd gemaakt", sprak Rawinder zachtjes.

"Het was fijn, maar het mag nooit meer gebeuren. Seks met een jongen van jouw leeftijd past niet in onze wereld".

"We zijn niet meer in jouw wereld, maar we zijn inde mijne. Daar is nog plaats voor liefde als beide partijen dat willen. Hier zijn geen straffen als je seks hebt met een jongeling".

Ik zuchtte. Het liefste van alles zou ik mij wereld voor eeuwig willen ruilen met die waarin Rawinder leefde. Maar telkens kwam een stukje realiteit in mij bovendrijven.

"De loodgieter?", vroeg ik.

"Laat die loodgieter nu eens. Je bent hier bij mij. Ik heb hem afgedankt voor iemand die veel beter kan vrijen dan hij".

"Heb je ook seks met hem gehad?"

"Vol op. In het begin was hij grandioos maar zijn seks was alleen gericht op spanning. Hij is hetero en kan nooit dezelfde passie in zijn spel leggen als iemand die alleen van jongentjes houdt. Ik heb hem afgedankt".

"Zal je mij ook afdanken als je iemand gevonden hebt die beter is dan ik?"

"Ja. Het leven gaat door en ook jouw liefde zal slijten".

"Maar dat is unfair. Als mensen van elkaar houden dan blijven ze hun hele leven bij elkaar. Als je mij deze vooruitzichten niet kan beiden dan kan je mij beter terugbrengen naar waar ik vandaan ben gekomen".

"Je kan niet terug. Dat verbied ik. Je bent de beste en ik heb besloten dat je moet blijven".

"Niemand kan mij iets verbieden. Ik blijf niet alleen voor de seks".

"Toch wel. Ik sluit je op in mijn kubus".

Even later schoten de waterstalen als giftige speren omhoog en dreigde de hemel te verschralen tot grijze massa. De vogels verstomden en het geluid van de sax stief langzaam weg. Het begon te regenen en ik wist het nat geworden lichaam van Rawinder rillend tegen mij aan. Ik sloeg mijn armen om hem heen en streelde zachtjes zijn strakke buikje.

"Het spijt mij Rawinder. Ik moet terug. Ik heb een fotozaak en een goed leven in de andere wereld. Ik hou ontstellend veel van je maar ik zal die wereld gaan missen".

"Dan ga ik met je terug, maar je kan nooit meer aan de Fozzz ontsnappen. Hij zal je insluiten tot ik iemand anders heb gevonden".

Ik knikte en voelde hoe de vermoeidheid in mijn lichaam kroop en de boventoon begon te voeren. Het duurde niet lang voordat onze vermoeide lichamen sliepen en de droom die volgde nam mij mee … terug naar huis.

De loodgieter zat tegenover mij terwijl hij een fikse nota uitschreef. De reparaties waren noodzakelijk geweest en ik moest mij laten welgevallen dat er aan de spoedklussen een prijskaartje hing dat zijn weerga niet kende. Toen hij uitgeschreven was reikte hij mij de nota aan waarna ik het ongelezen op de salontafel legde.

Toen hij wilde opstaan keek ik Rawinder aan. Ik schatte in dat ik hem nooit meer zou zien omdat ik besloten had om mij een volgende keer bij een andere loodgieter te melden. Dat leek mij beter, zowel voor mij als voor mijn jonge vriend.

"Nou, dat was het dan. Tot de volgende keer", groette de loodgieter.

Ik wenkte naar Rawinder maar hij bleef angstvallig op de plaats waar hij was.

"Moet je niet mee?", fluisterde ik hem toe. Hij schudde zijn hoofd.

"Niet meer, de tijden zijn veranderd".

"Welke tijden. Je bent met de loodgieter gekomen en je gaat ook weer met hem naar huis", sprak ik dwingend.

De reparateur draaide zich om: "Ik weet niet wat hier gaande is, maar dit kereltje heb ik nog nooit gezien en hij gaat ook niet met mij mee".

Ik keek Rawinder aan die lachte. De telefoon ging waarop het kereltje de hoorn van de haak pakte.

"Met fotohuis Rawinder", sprak hij luid en duidelijk. "Ja, vanmiddag kan U langs komen voor die fotosessie. Om vier uur, schikt dat?"

De tijden waren veranderd. Dat deel klopte en de tijd verstreek. Rawinder was ook veranderd. Niet in zijn lustbeleving en ook niet in leeftijd. Hij bleef hetzelfde ventje van tien jaren oud, terwijl ik doorgroeide naar een eerbiedwaardige leeftijd van inmiddels tachtig jaren.

Hij is nog steeds bij me en nog steeds beleven wij seks met een drang zoals wij dat de eerste dag mochten begroeten. Alleen nemen mijn krachten langzaam af en voel dat de dood onze wegen spoedig zal scheiden. Daar kan zelfs de watermagie van Rawinder niets aan veranderen. Of haalde ik de dingen door elkaar en had mijn geliefde nooit en te nimmer de watermagie beheerst? Zijn foto's, dat waren toverstukken en nog steeds pak ik de albums op om de prachtige plaatjes van zijn hand te bewonderen. Ik heb veel geleerd van mijn kleine magische fotograaf.

Op de laatste series zie ik dat hij zijn klanten telkens verplaatst naar de weelderige omgeving van de Waterstad. Hij verlangt er naar terug, zoals ik naar de dood verlang en wacht op het moment dat de Fozzz mijn lichaam zal ontsluiten.

Johnny 22 februari 2004

Alle teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Johnny

terug naar boven