Verhalen

Johnny, het fototoestel

Het liefste was hij alleen, diep weggedoken in de bossen. Ver weg van de bewoonde wereld en de mensen die hem het leven zo moeilijk hadden gemaakt. Hier voelde hij zich op zijn gemak, verscholen tussen de struiken, sparren en andere bomen kon hij de dieren observeren en zich vereenzelvigen met de natuur. Hij genoot ervan om te kijken naar de spelende eekhoorntjes, die behendig langs de takken klauterden. Dit bracht hem ontspanning en een groeiend respect voor alles wat leefde. Als hij wat meer geluk had dan kon hij in de verte een hert met statige passen voorbij zien gaan. Soms stonden er meerdere dieren te drinken aan het kabbelende beekje tussen de bomen. De takken van de bomen verborgen de aanwezigheid van het watertje en boden de kwetsbare beesten verkoeling en bescherming.

In de verte tjilpten de vogels en Sjors vermoedde dat hier ergens in de buurt een broedplaats moest zijn. Vorige week had hij ook al gezocht naar het paradijselijke onderkomen van zijn gevleugelde vrienden maar hij had zijn zoektocht moeten afbreken omdat de duisternis al vroeg in was getreden. Nu was hij eerder van huis vertrokken en was vastberaden om de broedplaats te vinden. Natuurlijk zou hij voorzichtig zijn en de stilte niet verstoren. Hij was alleen gekomen om foto"s te nemen. Met zijn telelens kon hij de dieren dichterbij brengen en daardoor was het niet noodzakelijk om de vogels tot op enkele passen te naderen. Ze zouden zijn aanwezigheid niet eens bemerken.

Zijn zware laarzen zogen zich vast in de moerassige grond en telkens stopte hij even om aan de geluiden zijn positie te bepalen. Hij glimlachte, wetende dat hij in de buurt moest zijn van de nestelende vogels. Op deze plek werd de bebossing dichter en moest hij de struiken met zijn handschoenen opzij duwen. Hij was ervaren en wist dat sommige gewassen voorzien waren van nare stekels die zich vast konden zuigen in zijn kleding. Bovendien konden zij vervaarlijk prikken en de opperhuid tot bloedens openscheuren. De behoedzaamheid in dit deel van het bos vertraagden zijn pas en dit leverde hem veel tijdverlies op. Maar Sjors had vandaag geen haast. Er was niemand die op hem wachtte, thuis was hij eenzaam.

Nog niet zo lang geleden was hij een gevierd man. Men kende hem als een gewaardeerd wetenschapper, een geniale uitvinder en als iemand die een diepgaande logica bezat. Alle situaties benaderde hij met respect en vanuit een krachtige genuanceerdheid. Bovendien hield hij van vrienden. Allemaal hadden ze gulzig gedronken van zijn gastvrijheid en gesmuld van zijn theorieën waarvan sommige haaks op de heersende regels stonden. Sommigen hadden vergeefs getracht om zijn denkbeelden omver te werpen. Journalisten hadden zich gewaagd in het hol van de leeuw, maar niemand bleek in staat om zijn logica om te buigen. Hij was foutloos en had in vrijwel alle gevallen gelijk.

Zijn grootste fout was zijn bezetenheid voor kinderen. Urenlang kon hij in hun gezelschap verkeren en meedoen met hun spelletjes en onzekerheden. Hij bewonderde hen en was ervan overtuigd dat zij uniek en eerlijk waren in hun soort. Kinderen konden heerlijk onbevangen zijn in hun emoties en uitdrukkingen. Bovendien konden waren oprecht in het kiezen van vrienden die het beste met hen voor hadden. Hij schatte in dat ze al slim genoeg waren om te weten wat goed voor hen was. Ze hadden al snel door dat zijn betrokkenheid oprecht was en waren daarom graag bij hem in de buurt. Niet alleen omdat hij hun bescherming bood maar ook omdat ze bij hem een plaatsje vonden waar zij zich thuis voelden.

Parel bleek een uitzondering in de vriendenkring van kleine mensen. Met hem had hij direct al een speciale band en een gevoel dat ze meer voor elkaar betekenden dan een oppervlakkige vriendschap. Dat bleek door de weken heen toen ze elkaar beter leerden kennen. Hij was gezwicht voor zijn vlassige, helblonde haardos en immer stralende blauwe ogen. Parel had een ongekende levenskracht en bediende zich van filosofieën waarvan hij de diepgang nog niet écht kon vermoeden. Toch brabbelde zijn jonge vriend niet voor het vaderland weg en onderbouwde zijn verhalen met een ongekende genialiteit.

Alhoewel Sjors zijn gevoelens al van de beginfase had onderdrukt wist hij dat Pareltje een lichamelijke aantrekkingskracht op hem had. Dat bemerkte hij als ze dicht bij elkaar zaten en hij de geur van zijn pas gewassen haar rook. Dennengeur, een heerlijkheid die hem prikkelde en hem vlinders bezorgde. Zijn haartjes waren zacht en groepeerden zich moeiteloos in zijn adem als hij er tegen blies. Een kort, meisjesachtig gegiechel was steevast de reactie en meestal draaide Pareltje zich om zachtjes terug te blazen. Op één van die momenten was het gebeurd. Hun hoofden waren dicht bij elkaar en hun lippen schreeuwden om tederheid en beroering. Liefdevol hadden ze elkaar geraakt en gekust. Hij was een godsgeschenk met een hoog stimulerend gehalte dat hij nimmer bij een vrouw had kunnen vinden.

Zonder woorden te gebruiken hadden ze elkaar toestemming gegeven om hun lichamen te strelen. Eerst nog over de bovenkleding, maar later had Pareltje zijn shirt uitgetrokken. Dit zag Sjors als een boodschap om hetzelfde te doen. Beiden waren gaan liggen op de bank en al vrijende waren ze in extase geraakt. Een andere vriendschap lag binnen handbereik en gulzig ontdekten zij de plezierige plaatsjes op hun lichaam. Het strelen hield nooit meer op, bereikte de grenzen en overschreed die met instemming van hun gevoelens. Hun warme lichamen schuurden uitdagend tegen elkaar aan smolten weg in een zweem van liefde.

Nog een half uur lagen ze naast elkaar op de bank na te genieten van de impact van hun vrijpartij. Beiden hadden het heerlijk gevonden en hadden volop genoten van de respectvolle benadering. Ze voelden zich gelukkig en wisten dat hun vriendschap daarmee verzegeld was en nooit meer stuk kon gaan. Pareltje had Sjors nog minutenlang verliefd en vol bewondering aangekeken.

"Dit is de mooiste dag van mijn leven".

"Van mij ook. Maar vertel eens, waarom ben je in godsnaam zo volwassen?"

"Dat leer ik allemaal van jou".

Waardoor het uiteindelijk was uitgekomen zal voor altijd een raadsel blijven. Plotseling hadden er politiemensen voor de deur gestaan die Sjors doordringende vragen stelden. Zijn antwoorden deden er niet toe. Justitie liet er alles aan gelegen om de kostbare vriendschap te stoppen. Ze hielden geen rekening met de gevoelens van de individuen die er bij betrokken waren. Ook lieten ze blijken dat ze geen boodschap hadden aan persoonlijke belangen en de instemming die er van beiden lag. De wereld moest kapot, zowel voor Sjors als voor Pareltje.

Een jaar van afzondering volgde. Een jaar vol eenzaamheid dat ruim uitzicht bood op een vruchteloze wereld die hij weer zou moeten opbouwen als hij vrij kwam. Vrijwel alle vrienden hadden hem verlaten en slechts een enkeling had hem bezocht in het "Grand Bar Hotel". Zijn waarheden waren plotseling gedevalueerd in kwaliteit en zijn genialiteit werd tot in de verste hoeken van de wetenschap beschimpt. Ze beschouwden hem als minderwaardig, als een gek die toe had gegeven aan primitieve gevoelens. Niets was minder waar, hij had al die tijd gehouden van Pareltje. Nog steeds, maar tot op heden had hij dat heerlijke, spontane joch niet meer gezien.

Al het onbegrip dat was voorgevallen vormde de basis voor zijn verbittering. Daarom was hij liever hier, in de bossen en ver weg van een hypocriete wereld waarin iedereen een waarheid zocht die nooit gevonden kon worden. Sjors had inmiddels ervaren dat de waarheid rekbaar en kneedbaar is, nauw luisterend naar een stukje eigenbelang. Maar hier in het bos heerste een afwijkende rangorde en speelde seksualiteit een andere rol. De meeste dieren doden niet uit sadisme, maar louter om zichzelf te voorzien van voedsel. In de mensenwereld is sadisme een kwalijk ingeslepen ingrediënt, wars tegen alle regels van eerlijkheid en vrijheid.

Daarom voelde hij zich ook zo vrij in de bossen. Niemand die op hem lette, hem corrigeerde of hem uitschold dat zijn seksuele voorkeur een aangeleerd proces was en dat hij boete zou moeten doen voor het kwaad dat hij aangericht zou hebben. Niemand zou op dit ogenblik kunnen bewijzen dat Pareltje op latere leeftijd hinder zou ondervinden van het contact dat ze samen als plezierig hadden ondervonden. Hij was ten prooi gevallen van een veroordeling op grond van vermoedens waarbij de verdorven rechtlijnigheid van de maatschappij de drijfveer moest zijn. Had er nog wel iemand verstand van liefde?

Sjors schrok. Al nadenkende was hij de broedplaats van de watervogels genaderd. Aan de oever van het water lagen hun nesten verscholen en alleen een goed geoefend oog kon de bedrijvigheid van de vogels waarnemen. Snel greep hij zijn camera en zoomde in op de listig verborgen plekken. Na het scherpstellen besloot hij nog even te wachten tot de hele familie op het nest aanwezig was en maakte daarna zijn foto"s. Hij verwonderde zich over de pracht van de natuur en werd alleen gehinderd door een zwerm muggen die rond zijn hoofd leek stil te hangen.

Vlinders kusten de lucht met hun ragfijne vleugels en in de verte hoorde hij het zoemen van bijen die driftig doende waren met hun dagelijkse taak. Hier, aan de waterkant, was het leven vredig en leek geheel onttrokken te zijn aan elke werkelijk. Tenzij dit een synoniem van de werkelijkheid moest zijn. Treffend was de serene rust en de ordelijkheid die aan de grote mensenwereld ontsnapt leek te zijn. Wellicht had het zich onttrokken uit een heersende angst om beschadigd te worden door snode, gevaarlijke plannen en gedachten

Hoeveel tijd er verstreken was kon Sjors slecht inschatten. Na zijn succesvolle observering van de watervogels was hij weer naar de rand van het bos getrokken, waar zijn jeep geduldig op hem stond te wachten. Hij had het voertuig gekocht uit een erfenis die hem ten deel was gevallen na het overlijden van een suikertante. De wagen was zijn trotse bezit en verschafte hem bovendien de mogelijkheid om weg te mijmeren in de stilte van de bossen. Maar nu was het tijd om weer huiswaarts te keren. Nog eenmaal keek Sjors om en maakte zijn plannen om de volgende dag foto"s te maken, ditmaal bij een trefplaats van herten. Zolang de zomer nog heerste moest hij gebruik maken van de helderheid van het weer die hem extra scherpte in de foto"s bracht.

Onderweg maakte hij minder snelheid dan gebruikelijk was. Er zat hem iets dwars. Een voorgevoel? Hij kon het niet verklaren, maar iets vertelde hem dat er spoedig dingen zouden gaan gebeuren die hij minder zou kunnen waarderen. Van oorsprong was Sjors iemand die terdege rekening hield met dergelijke situaties. Hij geloofde stellig dat er meer was tussen hemel en aarde en dat het aanvoelen van een sfeer of gebeurtenis die nog moest gaan volgen een extra vermogen was dat de mens bezat. Zijn waarneming bleek op waarheid te berusten want, toen hij de laatste hoek omreed op weg naar huis, schrok hij heftig.

Daar zat Pareltje, met zijn rug tegen een hek aan geleund en rustig wachtend. Zo op het eerste oog was hij nauwelijks veranderd en leek nog steeds op die jongen die hem op 12 jarige leeftijd verlaten had. De kracht van zijn jeugdigheid straalde hem vooruit en trok Sjors als een magneet naar hem toe. Hij had hem nog niet opgemerkt en voor een moment overdacht hij de mogelijkheid om rechtsomkeer te maken. Toch besloot hij om zijn weg te vervolgen. Ontwijken had geen zin en Sjors parkeerde zijn wagen op een open plaats, schuin voor zijn huis. Verheugd kwam Pareltje naar hem toegelopen.

"Hallo", stamelde hij.

"Wat doe jij hier?"

"Ik wacht op je. Ik wil weer terugkomen".

Sjors slikte en besefte dat zijn aanwezigheid voor beiden een gevaar inhield. Sommige buren wisten van de relatie die ze hadden gehad en de kans was levensgroot aanwezig dat zij spoedig amok zouden zaaien en wellicht de politie op de hoogte brengen als ze hen weer zouden samen zien.

"Ik heb liever dat je opsodemietert".

"Waarom moet ik weg? Ik ben juist gekomen om te vertellen dat ik nog steeds van je hou".

"Niemand houdt van mij, Pareltje. Ook jij niet. Onze liefde is over. Uit en daarmee basta".

Sjors kroop in elkaar. Het deed hem pijn om dit soort dingen tegen Pareltje te zeggen. Hij hield zo vreselijk veel van hem en zag dat elke woord dat hij zei snoeihard aankwam. Het gezicht van Pareltje was lijkbleek geworden en hij het ventje verbeet zich op zijn lippen. Toch deed hij datgene dat voor hen het beste leek. Een hernieuwde liefde zou hun wederom in de problemen helpen en daar was niemand mee gebaat.

"Hou je niet meer van mij?" Sjors voelde hoe zijn hart oversloeg.

"Ik heb nog nooit van je gehouden. Ik heb liever dat je oprot en nooit meer terugkomt".

"Maar, hebt altijd gezegd…".

"Ik meende er toen geen mallemoer van".

Tranen welden op in zijn ogen waarna hij verslagen naar zijn voeten staarde. Hij was uit zichzelf naar Sjors toe gekomen en had zich lief en ontstellend kwetsbaar opgesteld. Sjors vervloekte zichzelf. Hij had een persoontje gekwetst, elk woord gelogen, het mes in hun vriendschap gezet.

"Nou dan ga ik maar", bood hij zijn vriend een laatste kans om op zijn uitspraken terug te komen.

Er viel een korte stilte waarbij te raden viel dat beiden personen hun gedachten lieten terugdwalen naar gelukkiger en zonovergoten momenten. Hun vriendschap bestond nog steeds, maar Sjors mocht dat evenwel niet laten blijken. Als het zou uitkomen dat ze elkaar opnieuw bezochten dan zou dit de aanzet kunnen zijn tot een nieuwe rampspoed die gevoeliger en pijnlijker zou zijn dan de eerste.

"Ja. Ga maar, dat lijkt me beter".

Hij draaide zich om en aan zijn afhangende schoudertjes was te zien dat de jongen vocht tegen een onmenselijk stuk verdriet. Het was niet draagbaar. Toen hij zijn eerste passen had gemaakt riep Sjors hem terug.

"Pareltje?"

"Ja?" Hij draaide zich niet om.

"Ik wil nog een foto van je maken. Voor het geval dat".

"Laat maar. Het is niet meer nodig", sprak hij triest.

Snel pakte de man de camera uit de tas en sprong voor hem. Toen hij opkeek maakte hij snel enkele foto"s waarna Pareltje hem wegduwde. Sjors voelde zich schuldig, wetende dat hij elk stukje wilskracht uit zijn jonge vriend had weggeslagen. Maar het was voor hun bestwil.

Hoofdschuddend keek Sjors hem na en zag hoe zijn vriendje zijn pas versnelde en uiteindelijk wegrende om snel weg te zijn van de plaats waar hij uiteindelijk zo graag had willen zijn. Gelukkig zag het jonge knaapje zijn tranen niet. Sjors huilde onbedaarlijk.

Sjors was als versteend blijven staan en het duurde nog minutenlang voordat zijn besef van realiteit volledig teruggekeerd was. Vertwijfeld keek hij naar de camera die in zijn handen lag en vermande zichzelf om naar binnen te gaan. De dag was vervloekt, een liefde beschadigt.

Het aansluiten van de camera op de computer was een kwestie van seconden. Snel werden de foto"s zichtbaar op het scherm en Sjors genoot van de eerste plaatjes die zich aanboden. Ze waren scherp en vrij gedetailleerd zodat de natuurpracht rijkelijk de kamer binnenstroomde. Toch knipte hij ze snel weg omdat hij op zoek was naar de laatste afbeeldingen die hij had genomen. Aan het einde van de reeks stond een drietal foto"s van zijn Pareltje. Hij leunde achterover en liet zich de impact van het verdriet welgevallen.

Het blonde en betraande "koppie" greep hem aan en toen hij inzoomde werd een traan zichtbaar die aan de wang van Pareltje leek vastgekleefd. Sjors drukte zijn wijsvinger vergeefs tegen het beeldscherm om de traan weg te vegen. Het hielp niet. De traan was daar en zou voor eeuwig in zijn gedachten gepriemd zijn. Plotseling stond Sjors op en pakte een grote verzilverde schaal die achter een sierkast geschoven stond. Vervolgens legde hij de schaal op de grond en sloot daar wat draden op aan die hij weer verbond met de computer. Daarna schoof hij de gordijnen dicht en nam weer plaats aan het keyboard. Met zijn muiswijzer klikte hij op een icoontje en de zilveren plaat begon zachtjes te trillen.

"Verdomme, wat is de geheime code nu ook alweer?"

Het duurde niet lang eer hij die gevonden had en typte een getallenreeks in een string. Daarop begon het beeldscherm zachtjes flets te worden waarna het silhouet van de gefotografeerde persoon met dieprode lijnen werd afgetekend. Daarna werd het binnen liggende gedeelte doordringend geel en begon het beeld langzaam te vervagen.

"Kom tot leven, Pareltje. Goddomme, kom tot leven".

Hij hield zijn ogen gericht op de zilveren plaat om te zien hoe atoomdeeltjes zichtbaar werden en als lichtgevende stof opdwarrelde. De transformatie van de monitor naar de plaat was tot stand gekomen. Enkele ogenblikken later was de kamer gevuld met een branderig lucht. Op de plaat verrees een kleine gestalte die steeds herkenbaarder werd. Sjors lachte, zijn laatste vinding had hem gebracht wat hij wilde: het hernieuwde samenzijn met zijn jonge vriend. Met een enorme sprong vloog Pareltje op Sjors af en beiden omhelsden elkaar alsof zij elkaar in geen jaren hadden gezien.

"Sjors", schreeuwde hij het uit. "Ik wist wel dat je me niet in de steek zou laten. Ik geloofde er niks van toen je zei dat ik weg moest gaan en dat je niet meer van hield".

"Geloof maakt je sterk", antwoordde ik. "Niemand zal ons kunnen scheiden".

Voorzichtig likte hij het traantje weg dat nog steeds op de wang van de jongen zat gekleefd. Het was wonderlijk om Pareltje weer zo dicht bij hem te hebben. Het was een godsgeschenk dat hij hem weer kon aanraken en kon ruiken. Ze kusten naar hartelust waarbij hun tongetjes speels tegen elkaar lispelden. Hun lichamen voerden een vurig gesprek. Het was een dorstig verlangen, gegroeid in een zweem van eenzaamheid. Het was een ware explosie van verliefdheid. Begeerte naar elkaar, begeerte naar een vriendschap die nog lang niet was opgedroogd.

"Wil je weten hoe mooi ik ben geworden?", fluisterde Pareltje die het shirt over zijn hoofd trok.

Een gebruind bovenlichaam lachte mij in alle zaligheid toe. "Allemaal spieren, die er op wachten om gemasseerd te worden".

Hij lag boven op Sjors, die kon horen dat hartjes een wonderbaarlijk duet zongen. Hij liet zijn handen langs het warme jongenslichaam glijden en genoot onder de zaligheid van kreetjes die Pareltje uitstootte. Het was een waar genot om weer bij elkaar te zijn, zonder dat iemand hier weet van had. Eindelijk weer verenigd in een bruisende golvenstroom van verliefdheid. Eindelijk weer eens een stukje tastbare gerechtigdheid.

"Daar binnen was het echt mooi".

"Weet je waar je geweest bent?"

"Ja. In het bos".

"Je hebt geleefd tussen de foto"s die ik heb genomen voordat ik je foto nam".

"Maar ik was er echt".

"Niet helemaal, maar er valt best te leven in die natuurpracht".

"Het is zeker weer een uitvinding van jou?"

"Ja, mijn laatste. Ik heb er niet meer nodig want ik heb nu wat ik hebben wilde".

"Maar hoe lossen we dat nu op?"

"Wat moeten we oplossen?"

"Nou, ik kan hier alleen maar zijn als je een foto van me maakt. Ik moet straks toch zeker weer naar huis?"

"Je hoeft niet meer naar huis. Je mag voor altijd bij me blijven".

"Gaan de buren dat dan niet merken? En hoe zit het dan met mijn ouders?"

"Klein Pareltje, wat overgebleven is dat noemen we je automatisme die nu aan je ouders vertelt dat je me hebt gezien en dat ik je heb weggestuurd. Je ouders zullen voor altijd achter een geautomatiseerd drogbeeld aanlopen, denkende dat dit hun zoontje is".

"Maar dat stukje automatisme is toch hun zoon?"

"Dat klopt. Maar ik kan nu gaan genieten van het betere deel, dat zoveel spontaniteit en warmte bezit dat ik daar verder mee wil gaan in het leven".

Een korte stilte viel waarin de jongen de hoeveelheid informatie probeerde weg te stouwen.

"Sjors?"

"Ja".

"Jij bent echt de knapste uitvinder die ik ken".

"Hoeveel uitvinders ken je dan?"

"Ik ken er maar eentje", giechelde Pareltje.

In het uur dat volgde leerden zij elkaar opnieuw kennen. Hun liefde was ongedwongen en ongeremd. Ze genoten van datgene dat de natuur hem had geboden en proefden uit een onuitputtelijk arsenaal van gevoelens waarbij alle grenzen neembaar waren. Nagenietend lagen ze naast elkaar op de bank en zwegen. Sjors woelde dankbaar met zijn hand door de haren van zijn kleine vriend die hem trakteerde op kleine kusjes.

"Moeten we nu voor altijd binnen blijven wonen?".

"Natuurlijk niet, doe eens niet zo gek. We trekken samen de natuur in. In het bos dat jij zo mooi vindt heb ik een hut gebouwd waar we voor altijd kunnen blijven. Alles is er aanwezig, tot elektriciteit toe".

"Hoe wil je dat dan doen? De buren zullen ons vast zien weggaan".

"Wie heeft je wijsgemaakt dat je naar buiten moet gaan om de natuur te zien?"

"Maar, ik…"

"Laat de volgende stappen maar aan mij over. Ik heb overal aan gedacht".

Hij zocht naar een driepoot en schroefde de camera op het statief.

"Het enig dat ik je moet doen is lachen".

"Moet ik dan weer terug in het fototoestel?"

"Hm, ik kan me voorstellen dat je het nog niet helemaal begrijpt. Het is allemaal vrij complex.
Het spontane deel van je lichaam zit nog in de camera. Door middel van hulpstukken heb ik het tijdelijk tastbaar gemaakt. Als ik nu een foto van je maak dan zal je van hier verdwijnen. Op deze wereld zal alleen een afgeroomd ventje achterblijven, maar die zit al lang tegen je moeder te klagen dat ik een ontstellende hufter ben".

"Je gaat dus opnieuw een foto van mij maken?".

"Ja, maar ditmaal van ons beiden. Niemand zal ons dit keer missen want ons automatisme zal de mensen op een dwaalspoor te zetten".

"Wie gaat de foto dan nemen?"

"Daar hebben ze zelfontspanners voor uitgevonden. Die zal na 10 seconden na nu afgaan".

Terwijl Sjors zich bij Pareltje voegde telden zij hardop de seconden die verstreken.

"10"
"9"
"8"
"7"
"6"
"5"
"4"
"3"
"2"
"1"

Klik.

Time it was
and
time it was
a time of innocents
a time of sweet romances
a time of confidences

Long ago
It must be
Long ago
I hold your photograph
Prison my memories
That"s all that"s left you

Johnny,20 april 2002

Dit verhaal is eerder verschenen bij Boefjes & Scheetjes

Alle teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Johnny

terug naar boven