Jatagan, Adjoe, een Kerstgeschenk
|
Hij is nog maar een paar jaartjes bij ons maar hij is zeker een broertje die ik nooit meer zou willen missen. Kleine Adjoe, Kerstmis en hij, ze hebben zoveel gemeen met elkaar. Ik herinner mij de Kerstdagen van enkele jaren geleden nog goed. Wij waren naar Schiphol afgereisd waar hij werd gebracht door iemand die de adoptie had geregeld. Hij was verlegen, bang en kroop diep weg achter de rokken van een vrouw die hem naar Nederland had vergezeld. Ik herinner mij nog dat Jeetje de eerste was die naar hem toeging en hem kuste. Adje protesteerde, probeerde hem van zich weg te duwen maar Jeetje bleef hem kussen. Toch was het ijs gelijk gebroken en sinds dat moment zijn zij onafscheidelijke doerakken. Toen wij thuiskwamen van Schiphol bleef Adjoe met volle verbazing voor de Kerstboom staan. Zoveel fraais had hij nog nooit gezien. Ontelbare lichtjes en tientallen ballen die bedekt waren met engelenhaar. Volgens mij begreep hij niet eens waar de kerstboom voor was en hij moet bijna gedacht hebben dat die boom er het hele jaar zou staan. Later op de dag kwam Jeetje vertellen dat Adjoe een kerstbal had gejat en had verstopt op een geheime plaats. Toen Stief met hem ging praten vertelde hij dit had gedaan omdat hij dacht dat de bal van goud was. Hij wilde de bal bewaren en verkopen als de tijden voor hem weer moeilijk zouden worden en hij opnieuw honger zou krijgen. Arme Adjoe, zo ver weg van het land waar hij was geboren. Hij had zo weinig bij hem toen hij Jakarta kwam. In zijn koffertje zat een afgedragen reservebroek en een paar gerafelde shirts. Ook had hij wat foto's bij hem van zijn ouders die waren overleden en een paar fraai gevormde stenen (over die stenen vertelde ik al eerder in een ander verhaal). Adjoe kwam uit een weeshuis en had absoluut geen idee wat hem te wachten stond in een landje dat hij alleen maar heel erg koud vond. In het begin zat hij alleen maar tegen de kachel geplakt en wilde hij zoveel mogelijk dekens om hem 's nachts warm te houden. Maar nu, ... nu wil hij nooit meer weg en dat bleek wel toen wij dit jaar met vakantie naar Indonesië zouden afreizen. Achteraf was het niet vreemd, hij was bang en verdrietig omdat hij dacht dat wij hem weer zouden terugbezorgen bij het weeshuis. Hij was bang dat hij iets verkeerd had gedaan of dat hij was tegengevallen. "Hebben jullie Adjoe gezien?," vroeg Ma met een bedenkelijk gezicht. "Neej," antwoordde Emmetje die naast mij televisie zat kijken. "Jeetje weet het ook niet. Hij is spoorloos verdwenen." Zorgzaam, mijn broertje Emmetje is zorgzaam en hij sprong meteen op om zijn jongste broertje te gaan zoeken. Jeetje was in alle staten en huilde voortdurend omdat zijn broertje, zijn levensmaatje, was verdwenen. Iedereen voelde dat er iets ergs aan de hand was. Het regende buiten, het regende heel hard en het was aardedonker op de plekken waar geen straatlicht brandde. Waar we ook keken, Adjoe was niet te vinden. Nergens, hij leek volkomen in rook op te zijn gaan totdat wij, kilometers verderop, een manneke zagen zitten in een bushokje. Zijn ruggetje gebogen en zijn hoofd diep tussen zijn schouders verstopt. Hij huilde, hij huilde zó waanzinnig hard en zó aandoenlijk dat ik er een brok van in mijn keel kreeg. Toen hij ons zag wilde hij weglopen maar het was Emmetje die sneller was en hij kon hem tot staan brengen. "Laat mij gaan, laat mij gaan klootzakken," schreeuwde hij op het hysterische af. Maar Emmetje liet hem niet gaan en drukte hem stevig tegen hem aan terwijl hij sussende woorden sprak. "Jullie houden niet van mij. Godverdomme, niemand houdt van mij. Jullie willen mij terugbrengen." "Wat is er dan?," vroeg Emmetje die het probleem van Adjoe blijkbaar snel doorhad. "Je denkt toch zeker niet dat wij jou in Jakarta zullen achterlaten?." "Ja, dat gaan jullie zeker doen. Ik weet al heel lang dat jullie mij gaan terugbrengen naar het weeshuis. Ik wil blijven. Ik wil hier blijven. Ik kan toch beter mijn best gaan doen?." De ogen van Emmetje traanden. Later zou hij zeggen dat dit kwam door de regen die striemend op ons neerdaalde maar op dat ogenblik kon niemand zich echt voor de regen interesseren. Wij werden nat, so what? Het was niks vergeleken bij het grote verdriet van Adje. "Alsjeblief, laat mij blijven. laat mij alsjeblieft bij jullie blijven", huilde ons broertje. "Natuurlijk blijf je bij ons, je kan toch je hele leven bij ons blijven." Maar niks hielp. Adjoe bleef om zich heen schoppen en probeerde zich te ontworstelen van de verstikkende omhelzing van Emmetje. "Je liegt, het is een list. Als ik mee ga naar huis dan word ik gelijk opgesloten." "Heeft iemand je dan wel eens opgesloten?," probeerde ik ook een duit in het zakje te doen. Adjoe schudde zijn hoofd maar ik kon aan zijn ogen zien dat hij verward was door de omstandigheden. Ik begreep zijn angst. Eindelijk had hij een plekje gevonden waar hij zich kon thuis voelen maar helaas begreep hij het doel van onze reis verkeerd. "Stief wil alleen maar zijn familie bezoeken in Jakarta. Dat doen wij om de twee jaar. Hij wil graag zijn ouders zien en zijn familie ontmoeten. Dat is de enige reden dat wij naar Jakarta gaan. Niks meer en niks minder. Wij nemen jou gewoon weer terug als we weer naar Nederland gaan." De woorden maakten hem rustiger maar nog steeds zag ik angst en de wanhoop in zijn ogen gloeien. Ik had met hem te stellen en begreep hem, ik begreep hem dondersgoed. "Ga Mams maar halen en vraag gelijk of ze de tickets meeneemt die zij heeft gekocht. Dan kan Adjoe zien dat ze voor iedereen retourtickets heeft." "Zorg jij dan dat hij niet wegloopt?, " vroeg Emmetje bezorgd. Ik knikte en terwijl ik Adjoe aan zijn arm vasthield zag ik hoe mijn oudste broertje snel in de nevel van de regen verdween. Adjoe en ik, samen in de regen. Hij had zich stevig tegen mij aan gedrukt om bescherming te zoeken en ik probeerde wat te dansen om zijn gedachten af te leiden. Hij lachte een beetje om mijn malle bewegingen en ik voelde de kracht in zijn armen die hij stevig om mijn middel had geslagen. Hij hield mij vast alsof hij mij nooit meer zou willen loslaten. "Ik hou zoveel van jullie," piepte hij zachtjes. " Ik hou zo vreselijk veel van jullie. Ik zou niet weten wat ik zonder jullie moet beginnen." "Wij houden ook ontstellend veel van jou. Je denkt toch niet dat ik mijn broertje zou willen missen? Wie anders zou mij dan nog moeten plagen; propjes doen in mijn schoenen en aan Emmetje zijn kop zeuren? Wie anders moet er dan voor Pluisje zorgen? Wie anders kan ik dan knuffelen omdat ik hem lief vind?" "Je hebt Jeetje en Emmetje dan nog steeds om te knuffelen?" "Natuurlijk, maar ik heb geen zin om elke keer naar Jakarta te komen als ik zin heb om met jou te knuffelen. Ik heb liever dat je dan wat dichter in de buurt ben." "Als ik toch naar een weeshuis moet dan kan ik toch ook in Nederland blijven. In Nederland hebben ze ook weeshuizen en dan kan ik af en toe bij jullie komen logeren." "Jij gaat nooit meer naar een weeshuis, je blijft bij ons." Even voelde ik hem zuchten van opluchting. Een diepe zucht, een zucht van voldoening. Eindelijk hadden mijn woorden hem bereikt. Ik trok hem mee onder de overkapping van het bushokje en zette hem op mijn schoot. Wij zaten met onze buikjes tegen elkaar aan en ik streelde hem zachtjes over zijn rug. Hij drukte zijn hoofdje tegen mijn schouder en had zijn armen om mijn nek geslagen. Het was een zalig moment, een rustgevend moment waarin Adjoe zachtjes wegdommelde. Hij was moe geworden en zijn adem verraadde dat hij in slaap was gevallen. In de verte zag ik de koplampen van de auto van stief en toen ze vlakbij stopten hield ik mijn wijsvinger tegen mijn lippen. Niemand mocht mijn kleine broertje wakker maken. Hij verdiende het om te slapen. Tegen de tijd dat wij met vakantie gingen leek zijn grootste angst te zijn verdwenen. Ma had hem enigszins kunnen overtuigen door hem de tickets te laten zien maar nog steeds hield hij een kleine reserve in acht. Naarmate de vakantie in Jakarta vorderde smolt zijn angst als sneeuw voor de zon en sleepte hij regelmatig vriendjes naar huis. Het waren zwervertjes, net zoals hij ooit was geweest. Allemaal kleine en hongerige zwervertjes die hij nog kende uit de tijd dat hij nog in Jakarta leefde. Hij gunde hun een goed maal en was er trots op om hen te laten zien dat het leven voor hem ten goede was gekeerd. Verder bleef het bij een aantal zeurpartijen om een aantal (zo niet allemaal) van die vriendjes mee te nemen naar Nederland. Vandaag gaan we de kerstboom optuigen en als ik dan die ene kerstbal in mijn handen heb die Adjoe twee jaar geleden heeft gestolen dan zullen mijn gedachten afdwalen. Dankbaar zal ik zijn omdat kerst mij een broertje heeft gebracht waar ik blij mee ben. Adjoe, je bent en blijft een kerstgeschenk. Lieve Adjoe, we zullen je nooit in de steek laten. NOOIT!!! P.s. Paps. Lieve, lieve Paps: tijdens Kerst zal ik een paar kaarsjes voor je branden. Kijk alsjeblieft naar beneden. Ik mis je zo. Jatagan, 11 december 2004 Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden. |
|
Jatagan |