Jatagan, de hamster van Ome Joop
|
Jeetje was weer eens als eerste uit zijn bedje. Dat is hij altijd. Rond een uur of zeven loopt hij door de kamers te spoken en niemand weet waarom. Emmetje en ik verklaren hem altijd voor gek want het weekend moet je gebruiken om zo goed mogelijk uit te slapen. Ma houdt er altijd wel rekening mee en legt de avond daarvoor wat zoutjes voor hem neer. Dan heeft mijn broertje wat te knabbelen en de cola kan hij zelf wel vinden in de ijskast. Meestal gaat hij dan wat zappen of speelt hij met de computer. Maar als hij zich écht verveeld dan komt hij kijken of wij al wakker zijn. Hij heeft daar zo zijn eigen methodes voor om te checken of wij nog slapen want dan maakt hij net zo lang kabaal tot wij onze ogen opendoen. Vandaag had hij weer zo'n dag en ditmaal niet helemaal ten onrechte want zijn favoriete Oom had beloofd dat hij op visite zou komen. Ome Joop, een broer van mijn vader, is een echte lolbroek. Hij is niet zo groot en draagt een Toon Hermans snorretje. Vroeger nam hij ons vaak mee om te tafeltennissen maar sinds Emmetje hem een behoorlijke nederlaag heeft toegebracht is de lol er een beetje afgegaan. Nog steeds vertelt hij dat Emmetje met geluk heeft gewonnen maar dat gaat er bij ons niet in. Meestal is het Ome Joop die het geluk aan zijn zijde heeft. Het komt ons daarom niet helemaal onbekend voor dat hij altijd de randjes raakt of dat de bal via het netje op onze helft valt. Als we twee tegen twee spelen dan wil Jeetje altijd bij hem zijn. Om te winnen natuurlijk want Ome Joop is een hele kei. Jeetje begrijpt er nog niet zoveel van wat er allemaal in de ijskast ligt. Hij weet wel dat er altijd wat extra's in de koelkast staat voor als wij gasten krijgen. Meestal is dat diepvries en als Ma en Stief weten dat er visite komen dan verplaatsen zij het de avond daarvoor uit het vriesvak naar de 'koelafdeling' zodat de lekkernijen de volgende dag ontdooit zijn. Jeetje kan nooit zo lang wachten en als hij bespeurt dat er gasten komen dan houdt hij de ijskast nauwlettend in de gaten. Het is niet de eerste keer en het zal ook niet de laatste keer zijn dat hij 's nachts, als iedereen ligt te slapen, uit zijn bedje springt om te gaan proeven. Stief noemt dit illegale voedselverwerving en heeft wel eens een touw gespannen rond de ijskast. Maar niks helpt. Jeetje blijft net zo lang peuteren tot hij zijn krijgt. Maar met die slagroomsoesjes heeft hij zich echter vergist. Die waren nog niet helemaal ontdooid en de buikpijn was niet van de lucht. Nu weet hij dat hij van de slagroomsoesjes moet afblijven. Die zijn er voor als Ome Joop op visite komt. En Ome Joop is zijn alles. Om negen uur staat Jeetje al met zijn neusje tegen het raam gedrukt terwijl hij weet dat Ome Joop pas om twaalf uur heeft afgesproken. "Jezus, die man komt ook nooit zijn afspraken na," hoor je hem zachtjes vloeken. "Jeetje. Ome Joop komt pas om twaalf uur. Het is nog veel te vroeg." "Nou en?," laat hij geïrriteerd weten. Je kan aan hem merken dat hij opgewonden is. Dan loopt hij maar wat te ijsberen en kan zijn concentratie moeilijk vasthouden. Als dan eindelijk de auto van Ome Joop de straat in rijdt springt hij als een duveltje naar buiten en holt hem tegemoet. Dat is lastig want hij let dan niet op het verkeer en automobilisten moeten soms stevig op hun remmen gaan staan om mijn broertje te ontwijken. Nog niet zolang geleden zijn er nieuwe verkeersdrempels aangelegd waardoor het gevaar van een ongeluk wat afgenomen is. Maar het is en blijft link hoe hij alle verkeersregels hardnekkig blijft negeren. Even later komen ze binnen. Jeetje zit als een aapje op zijn borst geplakt en probeert Ome Joop uit balans te brengen. Dat is hun spelletje geworden en meestal doet Oompje op het laatst net of hij valt, tot groot vermaak van mijn broertje. Ditmaal zet hij hem rustig op de bank en gaat bij hem zitten. Jeetje klautert gelijk bij hem op schoot. "Heeft U geen zak bij U?" Emmetje en ik schieten in de lach. Natuurlijk heeft Ome Joop altijd een zak bij hem maar die zak zal hij wel niet bedoelen. "Oh, shit. Die ben ik vergeten. Die zak ligt nog in de auto. Neem Emmetje maar mee en ga die zak maar halen." Al die kleine plagerijtjes zijn een traditie geworden. Hij weet dat Emmetje dolgraag achter het stuur van zijn auto kruipt en als Ome Joop er niet bij is dan hoeft hij dit niet te verbieden. Hij vertrouwt er op dat mijn broer de auto niet zal starten en ik denk ook niet dat dit in hem op zal komen. Trouwens, Jeetje maakt genoeg geluid om de motor van een auto te doen overstemmen en bovendien kan hij natuurgetrouw een lopende motor na doen. "Vroem, vroem." "Schakelen lul." "Ja, nu gaan we door de bocht." "Ieeeeeeeeeeeee." Ze hebben pret samen en als je Emmetje vraagt wat hij later graag zou willen worden dan is het antwoord natuurlijk dat hij een formule I coureur wil zijn. Na een half uurtje komen ze weer terug. Ze zijn uitgespeeld. "God, dat duurde ook lang," merkt Ma op. "Ja. We moesten goed zoeken want het is zo'n rotzootje in die auto." Ome Joop lacht en geeft een knipoog naar mijn broertjes. "Jullie hebben het zeker wel gelijk opgeruimd. Anders krijg je niks uit de zak." Mijn broertjes gaan geduldig om hem heen staan. Favoriete Oompjes nemen natuurlijk ook favoriete snoepjes mee. Maar deze Oom is hierin wel heel speciaal want hij koopt altijd de hele snoepwinkel voor ons leeg. Even later zitten ze kauwend naast hem en Jeetje zit stevig tegen hem aangedrukt. Ome Joop heeft zijn arm om hem heengeslagen en kijkt wat in het rond. "Vertelt U dat verhaal van die hamster nog eens," vraagt Jeetje plotseling. "Welke hamster?" "Die U had toen U een kleine jongen was." "Moet ik dat verhaal nu alweer vertellen? Dat doe ik elke keer als ik hier ben." "Maar het is zo mooi." Ma schenkt nog een tweede bakje koffie in en reikt hem het schaaltje met slagroomsoezen aan. "Gadverdamme," zegt Ome Joop geschrokken tegen Jeetje. "Wat is er?" "Deze heb jij al in je mond gehad. Ik proef het gewoon." "Ik moest toch weten of hij lekker was." "Dan hoef je toch niet alle slagroom er uit te likken. Ik neem wel een andere." Mijn broertjes lachen. Ze kennen de tactiek van Ome Joop. Als ze hem zijn gang laten gaan is de hele schaal binnen een half uur leeggegeten. "Waar waren wij ook alweer gebleven?", plaagt hij nog een beetje na. "Bij die hamster." "Oh, ja. Ik zou over die hamster gaan vertellen." Daarna is het doodstil. Ma heeft de muziek wat zachter gezet terwijl stief de krant oppakt. Hij kent het verhaal al. Het is al honderden keren verteld. "Het gebeurde toen ik net zo'n kleine jongen was als Jeetje. Ik had een huisdier gekregen. Een hamster. Zijn naam was Loekkie en het was mijn beste maatje." Jeetje zuchtte. "Niet helemaal van het begin af hoor. Begin maar ergens dat U met hem ging spelen." "Dat bepaal ik natuurlijk zelf wel. Per slot van rekening was Loekkie mijn hamster en niet de jouwe." Jeetje krimpt een beetje in elkaar. Hij is bang dat hij Ome Joop kwaad heeft gemaakt en dat hij zal stoppen met vertellen. "Op een dag regende het verschrikkelijk en ik besloot om met de hamster te gaan spelen omdat er toch niks anders te doen was. Televisie hadden ze nog niet uitgevonden, laat staan dat ze wisten wat een computer was." "Hadden ze die toen nog niet?" "Nee. Die bestonden toen nog niet. Maar dat is ook niet belangrijk voor het verhaal." "Vertel nou door," zeurt Emmetje. "Oké. Toen ik aan het spelen was bukte ik voorover en viel het stukje kauwgom uit mond. Precies op de rug van de hamster. Het beestje had er geen flauw benul van wat er gebeurde maar bleef wel stilzitten zodat ik hem zo kon oppakken. De kauwgom zat al helemaal aan zijn haartjes geplakt en het zou een hele toer geweest zijn om dat er van af te krijgen." "Hadden ze toen al wel kauwgom?," probeerde Jeetje zijn Oom te vangen met een slimmigheidje. "Maha, laat Jeetje nou eens stoppen met die achterlijke vragen." Een boze blik van Ma was al voldoende. "Plotseling ging de bel. Trrrrrrrring. Del melkboer stond aan de deur." "Wat is een melkboer?" "Dat is iemand die aan de deur komt om melk, boter en kaas te verkopen. Ik moest opendoen want mijn ouders waren niet thuis. Toen ik terugkwam lag Loekkie op zijn rug. Het beestje had zich omgedraaid en was door de kauwgom op zijn rug vast blijven plakken aan het tapijt. Hij spartelde heel heftig met zijn pootjes maar het lukte hem niet om overeind te komen." "Dat is toch zielig?" "Ja, dat is heel zielig. Er was maar een oplossing. Ik haalde een schaar en knipte een stuk uit het tapijt. Er was gewoon een rondje uit. Maar Loekkie, die zat nu met een kauwgom en een stuk tapijt op zijn rug." "Wat heeft U toen gedaan?" "Er zat niks anders op dan zijn rug helemaal kaal te knippen." "Oh, jee. Die muis ging er natuurlijk niet uitzien," mengde Ma zich in het verhaal. "Mama, het is geen muis. Het is een hamster. Je moet natuurlijk wél goed opletten als Ome Joop een verhaal vertelt." "Sorry hoor," lachte ze onbeduidend om haar grapje. Jeetje ging verzitten. Hij wist dat er snel een tragische wending in het verhaal zou komen. "Moet ik nou nog verder vertellen?" Mijn broertjes riepen bijna tegelijkertijd JA en keken kwaad in de richting van Ma. Ze had de boodschap begrepen en hield zich verder stil. "Tijdens de dagen die volgden merkten wij dat Loekkie verkouden werd. Het was stom van mij want ik had natuurlijk zijn wintervachtje weggeknipt en dat groeit niet meer zo snel aan. Het beestje had een flinke kou gevat. Elke dag werd het erger en erger." "Ahhh, wat zielig voor Loekkie" reageerde Jeetje die midden in het verhaal zat. "Tja. Wij hebben de dokter laten komen die hem onmiddellijk naar het ziekenhuis stuurde. Daar constateerde men dat hij een longontsteking had opgelopen. Elke dag gingen wij op ziekenbezoek en zagen dat zijn gezondheid achteruit liep. Het was zo aandoenlijk om te zien. Mijn lieve kleine hamster die met zijn pootjes boven de dekentjes van zijn bedje lag." "Konden de dokters dan niks meer voor hem doen?," snotterde Jeetje die tegen zijn tranen vocht. "Nee, helemaal niks meer." "Ook Papa niet?" "Jouw Papa kende ik toen nog niet." "Hoe ging het verder?" "Op een dag werden wij met spoed naar het ziekenhuis geroepen. Loekkie lag aan de infuus en wij kregen te horen dat het spoedig afgelopen zou zijn. Wij waren er allemaal bij toen hij stierf." Jeetje begon zachtjes te huilen en ook Emmetje kon zijn ogen niet droog houden. Ome Joop streek de jongens zachtjes door de haren. "Eigenlijk wil ik niet meer verder vertellen." "Waarom niet?" "Als je een volwassen vent wil zien huilen dan moet je daar niet naar vragen. Denk je dat ik daar geen jeugdtrauma aan over heb gehouden?" "Wat is een trauma?, " snotterde Jeetje. Stief keek op van zijn krant. "Een trauma is een nare herinnering die je hebt opgelopen en waaraan je steeds moet terugdenken. Ik denk dat Ome Joop beter kan stoppen met zijn verhaal." Snel gaf Jeetje een kus op de wang van zijn geliefde Oompje die net deed of hij elk moment in tranen kon uitbarsten. "En toen die begrafenis. Oh my god, het was zo zielig," vervolgde de broer van mijn vader. "Er waren wel een paar honderd hamsters aanwezig. Allemaal vrienden van Loekkie die hem de laatste eer wilde bewijzen." Ome Joop schoof naar voren en hield zijn hoofd tussen zijn handen. Zijn haren zaten helemaal verwilderd. Ome Joop heeft gevoel voor dramatiek. Jeetje was aangeslagen en wreef zenuwachtig over de hand van zijn oom en Emmetje had een arm om hem heen geslagen. "Niet huilen Ome Joop," fluisterde Jeetje zachtjes. "Nee. Ome Joop. Zullen wij over wat anders praten?" "Loekkie lag opgebaard in een blikken koekjestrommel. De deksel was dicht geplakt en toen alle hamsters een psalm begonnen te zingen toen gebeurde het…" "Wat gebeurde er dan?" "Er werd geklopt. Eerst heel zachtjes maar daarna heel hard." "Vanuit het doosje?" "Ja. Vanuit het doosje. Iedereen schrok zich natuurlijk een hoedje. Niemand durfde dichtbij de koekjestrommel te komen. Maar ik was zo blij. Ik dacht dat Loekkie nog leefde." "Was dat dan niet zo?" "Nee. Dat was niet zo." "Wie had er dan geklopt?" De ontknoping naderde en de spanning was bijna te snijden. De tranen van Jeetje waren bijna opgedroogd maar de laatste biggelden nog langs zijn wangen. "Zou je dat écht willen weten?" "Ja. Dat moeten wij weten. Anders is het verhaal niet af." "Dus je wilt absoluut weten wie er aan de binnenkant van de koekjestrommel klopte?" "Jaaaaaaaah." "Het waren…. Het waren…." "Nou vertel dan. Schiet nou op." "In het doosje zaten alle leugens die ik jullie nu verteld hebt. Het waren de leugens die klopten op de binnenkant van de koekjestrommel. Ze wilden er uit. Hihihi, ik heb jullie flink in de maling genomen, hé?." Vast pandoer. Een ogenblik was het heel erg stil daarna begonnen mijn broertjes hard mee te lachen en een paar seconden later lagen ze al stoeiend en al met Ome Joop op de bank. Natuurlijk verloor hij, dat hoorde bij het ritueel. Ome Joop, een vuile fantast, maar wél een hele lieve. 30-11-02 Jatagan Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.
|
|
Jatagan |