Jatagan, foto's kijken
|
Hoe Jeetje en Noesse dierendag hebben gevierd Het regent weer eens aan het einde van herfstvakantie. Als wij buiten, op het pleintje, gaan voetballen zullen wij binnen korte tijd zeiknat zijn. Ma heeft het niet zoveel op met al die natte kleding en praat de laatste twijfels weg. “Jullie blijven maar lekker binnen”, spreekt zij haar bezorgdheid uit. “Er is hier genoeg te doen.” Jeetje protesteert het heftigste. Voor hem staat elke dag die hij moet binnen blijven gelijk aan een dag niet geleefd. Voor ons geldt eigenlijk een beetje hetzelfde. Somber kijken wij door het raam en voorspellen dat de regen nog wel een tijdje zal aanhouden. “Wij kunnen dan toch wel naar de skate-baan?”, probeert Jeetje voorzichtig. “Lekker bijdehand,” antwoordt stief. “Is dat dan niet buiten?” “Oh, Ja, ” giechelt Jeetje die deze reaktie al lang had verwacht. Mijn broertje geeft het snel op. Meestal blijft hij nog wel een tijdje doorjengelen maar hij ziet ook wel in dat er weinig lol te beleven is. Bovendien zullen er niet veel vriendjes op straat zijn. De kans dat hij zelfs het enige jongetje zal zijn die in onze wijk buiten speelt is levensgroot aanwezig. Hij haalt zijn schouders op en loopt naar Emmetje die net klaar is met douchen en de woonkamer komt binnenwandelen. “Maar hij is wél buiten geweest. Kijk maar, zijn haar is nog nat,” grapt hij. Emmetje begrijpt er natuurlijk weer geen sikkepit van omdat hij de aanleiding heeft gemist maar de rest moet wel lachen om zijn dwaze opmerking. De manier waarop hij dit heeft gezegd karakteriseert hem sterk. "Wat moeten wij dan gaan doen?,” zucht hij. “Ga een beetje computeren of tekenen,” helpt Ma hem een beetje bij het verzinnen. “Nou,
dat is leuk,” antwoordt hij verveeld. “Of ga foto’s kijken.” Het toverwoord is gevallen. Het is al een lange tijd geleden dat wij de plaatjes in het fotoalbum hebben gezien. Nu Luuk er is lijkt het ons een goed plan om de familiehistorie nog eens terug te bekijken. Onze vriend zal beslist nog niet alle foto’s hebben gezien en hij heeft er ook wel interesse in. Enkele minuten later komen de ‘prentenboeken’ te voorschijn en zitten wij gezamenlijk op de bank de plaatjes te bekijken. “Wie is dat?,” vraagt Luuk terwijl hij naar een babyfoto wijst. “Oh. Dat is Robin. Dat zie je toch aan zijn blote reet?” merkt Jeetje op. Emmetje kijkt hem vermanend aan. Het gesprek gaat weer eens de verkeerde kant op en als het over seks gaat dan blijft hij altijd heel serieus. Ook stief kijkt onze richting uit maar ik zie dat zijn ogen lachen. “Eh. Hoe moet ik dat dan zien? Ik heb niet zoveel verstand van billetjes als jij.” “Zal wel,” dreint Jeetje door. “Jij bent toch Robin zijn vriend?” “Ja natuurlijk ben ik zijn vriend.” “Nou. Dan weet je toch zeker ook hoe zijn achterwerk er uit ziet. Hebben jullie het dan nog nooit gedaan?” Luuk kleurt tot achter zijn oren. Stief ziet dat mijn vriend in verlegenheid is gebracht en roept Jeetje bij hem. In korte bewoording legt hij hem uit dat vriendschap tussen twee jongens niet altijd hoeft te betekenen dat er gelijk aan seks wordt gedaan. Daarna gaat het gesprek over in fluisteren en ik vang zo nu en dan een enkel woord op. De wereldberoemde geit passeert weer eens de revue en ik hoor Jeetje antwoorden dat hij daar geen zin in heeft omdat de geit buiten in de achtertuin staat en dat het buiten regent het en dat hij niet naar buiten mag. Als hij terug komt gaat hij doodleuk door met zijn ondervraging. “Gaan jullie later wél trouwen?,” vraagt hij aan Luuk. “Pa. Laat die gozer nou eens ophouden,” springt Emmetje ons bij. “Ik vroeg nu toch niks over seks?”, zegt Jeetje onschuldig. “Ophouden,” roepen Stief en Ma bijna tegelijkertijd. Daarna is hij stil en gaan wij door met foto’s kijken. “Wie is dat? Is dat Noesse?,” vraagt Luuk verwonderd. Wij schieten allemaal tegelijkertijd in de lach. Luuk kijkt naar een foto die verleden jaar op dierendag is genomen. De kat is daarop bijna onherkenbaar te zien en daarom verdient een nadere tekst en uitleg enige aanbeveling. “Ahhhh. Wat hebben jullie met hem gedaan?” Jeetje en Emmetje rollen over de bank van het lachen en stief komt er bij zitten en neemt het fotoboek van Luuk over. “Kijk Luuk. Hieraan kan je zien dat je een jongetje als Jeetje elke seconde van de dag in de gaten moet houden. Doe je dat niet dan speelt er alleen kattenkwaad door zijn hoofd.” “Hm. Kattenkwaad is wel een toepasselijk woord als je het over Noesse hebt.” “Ach, kom., Dat beestje doet toch niemand kwaad.” “Wat is er dan gebeurd dan?” Even zwijgt stief en bedenkt waar hij het verhaal moet beginnen. Als hij het naar zijn zin heeft is hij een prima verhalenverteller. Wij wachten tot hij zijn pijp heeft gestopt en als hij de eerste rook heeft uitgeblazen begint hij aan zijn verhaal. “Kijk Luuk. Op dierendag moet je iets speciaals doen als je beesten thuis hebt. Dit brengen wij, als ouders, onze kinderen bij en dat leren zij ook op school. Jeetje heeft dat verleden jaar ook opgepakt maar heeft dat weer op zijn eigen manier geïnterpreteerd. In een onbewaakt ogenblik heeft hij de kat op zijn kamertje genomen en is als een kapper aan het werk gegaan. Robin was toen al een tijdje zijn haar-gel kwijt en uiteindelijk hebben wij het terug kunnen vinden.” “Op de kat?,” begint nu ook Luuk te lachen. “Jawel. Op Noesse. Het hele potje was leeg gesmeerd en van elk plukje haar dat Jeetje kon vinden heeft hij een mooie spike gedraaid. Volgens ons is Noesse urenlang bij de ‘kapper’ geweest. Maar je kent het beestje, hé? Die heeft zich niet durven te verzetten.” “Wees maar blij dat de kat niet onder de haardroger moest.” “Of in de centrifuge.” Iedereen begint opnieuw te proesten van het lachen. Ma pakt meteen de kat op, legt het beestje op haar schoot en begint het beestje liefdevol te strelen. “En wat heeft Noesse om zijn nek?,” wil Luuk weten. “Dat, Luuk, dat is mijn beste stropdas. Die heeft Jeetje uit onze de linnenkast gejat terwijl hij weet dat hij niet in onze kamer mag komen als wij er niet bij zijn. Daar heeft hij niks te zoeken. Onze zoon moet nog leren dat een kat geen wandelende kerstboom is.” Emmetje kan niet meer van het lachen. De tranen lopen over zijn gezicht. Hij ziet het al voor hem dat Noesse met kerstboomlichtjes in zijn staart door het huis wandelt. “Maar Noesse was wel héél mooi,” zegt Jeetje met een onschuldig stemmetje. “Dat wel. Maar het heeft ons ook anderhalf uur en een twee tubes shampoo gekost om dat beest weer schoon te krijgen. Dat gel op smeren vond Noesse misschien wel fijn maar het wassen iets minder. Ik zat helemaal onder de krabbels. Het beest was echt van plan om zich dood te vechten. Maar uiteindelijk is het ons toch gelukt.” Ma is opgestaan en naar de keuken gewandeld om boterhammen te smeren. Het is al laat geworden. Ik weet dat er ook een lekker ‘soeppie’ boven het vuur staat te pruttelen. Dat wordt straks smullen. Luuk kijkt Jeetje olijk aan. “Jij hebt zeker wel flink straf gekregen?” “Echt wel. Ik moest een week lang elke dag de kattenbak schoon maken en voor zijn eten zorgen.” “Nou ja. Wat is dat nu weer voor een straf? Dat is toch zeker zo gebeurd?” Jeetje schudt zijn hoofd en knijpt zijn neus dicht. “Ik word er al misselijk van als ik er naar kijk. Ik ga er écht van kotsen.” Stief lacht en geeft mijn kleine broertje een aai over zijn bol. “Jeetje is door zijn straf de uitvinder geworden van een ‘dierenweek’ in plaats van een ‘dierendag.’ Alleen heeft het bijna een jaar geduurd eer dat Noesse weer in de kamer van Jeetje durfde te komen.” “En dat Jeetje in de buurt van Noesse durfde te komen,” voegde Emmetje daar bits aan toe. “Dat
ook.” Er valt een kleine stilte en wij kijken allemaal naar Noesse die heerlijk op de bank ligt te spinnen. Zij is die dierendag misschien al lang vergeten, maar wij hebben er nog steeds plezier om. Noessse trouwens ook nog steeds want als Ma terug komt uit de keuken heeft zij een extra plakje ham voor hem meegenomen. Ze heeft het verdiend. Vertederd kijken wij toe. Jatagan, 3-11-2002 Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend.De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.
|
|
Jatagan |