Verhalen

Jatagan, Op bezoek bij Opa en Oma

Robin, wordt het niet weer eens tijd om bij Opa en Oma langs te gaan?”

“Ah, Ma. Ze zijn al zo oud en ik krijg toch altijd weer dezelfde dingen te horen.”

“Ze hebben wél naar je gevraagd.”

Ik probeer een bezoekje bij de ouders van mijn vader altijd te ontwijken. Niet omdat ze minder lief zijn maar wél omdat ze zo voorspelbaar zijn in hun hele doen en laten. Het begint al bij de deuropening als Oma haar grote boezem tegen je aandrukt om te laten blijken dat ze van je houdt. En dan al die natte kussen…gatver. Elke keer als ik op bezoek ga dan komt het fotoalbum op tafel en ik kan al die oude plaatjes wel dromen: Pa als baby, Pa als kleuter, Pa in korte broek, Pa in lange broek. Pa op school, Pa op…… En dan komen telkens die vergelijkingen en de verhalen dat ik zoveel op hem lijk en dat hij trots op mij is.

“Ik weet niet hoor. Geen tijd.”

“Wat moet je dan allemaal nog doen vandaag?”

“Oh, weet niet. Ik zou nog gaan voetballen. Ik heb afgesproken.”

“Al ga je maar een uurtje, joh. Dan ben je er weer een tijd van af.”

Emmetje heeft het verhaal meegeluisterd. Sinds ik thuis ben (lees het verhaal outing) wijkt hij geen meter van mijn zijde en ik heb het idee dat hij mij zelfs achtervolgt als ik ga plassen. Zijn bezorgdheid is natuurlijk hartstikke lief maar ik wil ook wel eens wat voor mijzelf gaan doen en daar heb ik niet altijd mijn kleine broertje bij nodig.

“Als je naar Opa en Oma gaat dan wil ik wel met je meegaan,” offert hij zichzelf op.

“Jezus, man. Ik kan ook nergens meer alleen naar toe sinds ik terug ben.”

“Ik ga niet voor jou,” legt hij uit. “Ik ga voor de koekjes.”

“Dat is nog erger. Je gaat naar Opa en Oma omdat je van ze houdt en niet omdat Oma van die lekkere koekjes maakt.”

Emmetje kijkt mij verongelijkt aan. De koekjes zijn natuurlijk niet de échte reden dat hij met mij mee wil gaan. Hij wil gewoon een oogje in het zeil houden. Op de één of andere manier voelt hij zich verantwoordelijk voor mij en ik verdenk hem er zelfs van dat hij samen met Stief onder één hoedje speelt om mijn stappen na te gaan.

“Ik kan wel alleen hoor,” blaas ik.

“Dan wacht ik toch buiten op je.”

Ma komt tussenbeiden.

“Jongens, ophouden met dat gekissebis. Jullie gaan samen maar even langs Opa en Oma. Ik heb het idee dat ze wat te vertellen hebben.”

Even later zitten wij op de fiets. Het regent een beetje maar gelukkig wonen ze niet ver bij ons vandaan. In ieder geval regent het niet hard genoeg om helemaal kleddernat bij hen aan te bellen. Als we op de stoep staan dan krijgen wij niet eens de gelegenheid om aan te bellen want Opa heeft ons al van verre aan zien komen. Hij zit altijd voor het raam en weet van alle buren hoe laat ze weg gaan en hoe laat ze weer terug komen. Oma is anders. Die is altijd bezig in haar huisje.

“Ah, daar zal je onze jongens hebben,” snelt Oma op ons toe en drukt mij stevig tegen haar aan.

Protesteren heeft geen zin want ze doet toch waar ze zin in heeft. Ze omhelst mij zo enthousiast dat ik even het gevoel krijg dat mijn adem wordt afgesneden maar de natte kussen op mijn wang brengen mij weer helemaal bij mijn positieven. Ook Emmetje krijgt een zelfde ‘behandeling’.

“Nouhou,” protesteert mijn broertje voorzichtig waarna Oma hem loslaat.

“Oh. De kleine jongen is zeker te groot geworden voor een knuffel van Oma,” lacht ze.

Ze maakt gebaren om hem nog een keertje tegen hem aan te drukken maar Emmetje doet handig een paar stappen achteruit waardoor hij buiten het bereik komt van haar grijpgrage handen.

“Oma, heeft U nog van die lekkere koekjes gemaakt?,” vraagt hij listig om de aandacht af te leiden.

Het is helemaal zijn Oma niet. Net zo min als Jeetje en Adjoe kleinkinderen van haar zijn maar ze heeft de kleintjes wel in haar hart gesloten. Wij krijgen vast en zeker weer een hele berg snoep mee om aan mijn broertjes te geven maar met Emmetje in de buurt is al dat snoepgoed al bijna op voordat wij thuis zijn.

“Zullen wij naar binnen gaan?,” zegt zij en gaat ons voor in de gang.

In de huiskamer zien wij Opa in een gemakkelijke stoel voor het raam zitten. Als hij opstaat begroeten wij hem. Zijn knuffels zijn aanzienlijk korter maar zijn ongeschoren gezicht prikt een beetje als hij kus geeft.

“Willen jullie een lekker bakje koffie….?”

“…of een glaasje sinas?”, vult Emmetje haar razendsnel aan.

Wij kijken elkaar aan en lachen.

Even later staat er wat te drinken op tafel en ligt er een koekje naast onze glazen. Altijd hetzelfde ritueel. Gelukkig duurt het bezoekje maar een uurtje. Dat hebben wij ons tenminste voorgenomen. We praten wat in de ruimte en Opa laat ons nog eens zijn verzameling pijpen zien die boven het dressoir hangt. Hij is trots op enkele zeldzame exemplaren die nog van het begin van de vorige eeuw stammen en laat ze voorzichtig door zijn handen gaan. Wij mogen ze ook even aanraken maar niet al te lang.

“U heeft écht veel verstand van pijpen,” grapt Emmetje en legt daarbij de klemtoon zo nadrukkelijk op het woord ‘pijpen’ dat zijn opmerking nauwelijks op een goede manier kan worden uitgelegd.

Oma richt haar ogen even naar de hemel. Op haar gezicht verschijnt een glimlach die ze snel probeert te onderdrukken. Niets blijft onopgemerkt bij mijn broertje en besluit dan nog maar eens dankbaar om door te gaan op het onderwerp.

“Ja toch, Oma?”

“Laten wij maar foto’s kijken. Dat lijkt mij een beter plan,” ontwijkt zij de vraag.

En dan komt het prentenboek weer tevoorschijn en schieten de geijkte plaatjes voorbij. Pa met broers, Pa zonder broers, Pa onder douche, Pa niet onder de douche, Pa met voetbal, Pa zonder voetbal, foto’s van de klas. Ik heb het even moeilijk bij de foto uit het ziekenhuis waarop mijn vader en moeder staan en ik borstvoeding krijg. Daar wacht ik meestal even. Ik heb dezelfde foto thuis en moet er aan gewend zijn, maar toch….

“Ik hoorde dat je nu een vriendje hebt?,” vraagt Oma plotseling voor de vuist weg.

“Eh…..”

“Is dat diezelfde jongeman die hier ook wel eens op bezoek is geweest?”

“Ja. Dat is Luuk,” antwoord ik.

Ma zal wel weer geluld hebben. Zo zijn vrouwen toch onder elkaar. Alle nieuwtjes uitwisselen. Ik haat dat.

“Maar hij weet het nog niet zeker hoor,” schiet Emmetje mij te hulp.

“Wat weet hij nog niet zeker?”

“Dat hij een vriendje heeft.”

“Emmetje, dat moet toch kunnen in deze tijd. Wat maakt het uit? Als je broer maar gelukkig is, dan is er verder toch niks aan de hand?”

“Als ze maar niet met elkaar gaan trouwen”

“Ach, wat weet jij er nou van?,” bijt ik hem toe.

“Nou. Toch wel. Ik heb er veel over gelezen.”

“Zeker uit boeken van voor de oorlog. En na de oorlog ben je niet meer buiten geweest,” herinner ik mij een uitspraak van Peertje.

“Welke oorlog?,” vraagt Opa.

Hij zegt nooit zoveel maar als hij een opmerking maakt is het wel meteen een goede opmerking. Emmetje zwijgt.

“Robin, Opa en ik willen je wat geven omdat je het zo moeilijk hebt gehad de laatste tijd. Het is tegelijkertijd een cadeau voor je verjaardag. Als je achttien jaar bent geworden mag je op onze kosten autorijles gaan nemen.”

Het dringt niet meteen tot mij door. Pas als Emmetje mij een flinke dreun op mijn arm geeft schiet ik uit mijn verdoving.

“Maar dan moet je wél in één keer slagen,” hoor ik Opa zeggen.

“Nee, joh. Leg nou geen extra druk op die jongen. Dat kan hij op dit ogenblik zeker niet gebruiken.”

Ik ben blij. Waanzinnig blij en ik omhels Oma en het kan mij op dat ogenblik geen mallemoer schelen dat zij, tijdens de omhelzing, de laatste restjes adem uit mij longen perst en dat zij van de gelegenheid gebruikt maakt om haar borsten ferm tegen mij aan te drukken. Emmetje danst om mij heen.

“Als je dan een auto koopt dan gaan wij elke zondag naar het strand,” schreeuwt hij.

“En hoe zit het dan met de benzine?,” maak ik een grapje.

Hij kijkt even beteuterd maar stelt dan voor om meer zakgeld te vragen.

Wij blijven nog een half uurtje en als wij buiten zijn trek ik Emmetje aan zijn arm net voordat hij op de fiets wil springen.

“Als jij het nu nog één keertje in je hoofd haalt om te zeggen dat Opa veel verstand heeft van pijpen dan krijg je van mij een pak slaag.”

“Maar Oma vond het leuk. Zag je haar gezicht?”

“Ja.”

“Ze moest er ook om lachen. Ik zat bijna in mijn broek te zeiken van de pret.”

Ik schudde mijn hoofd en zag dat hij een flinke bobbel in zijn broek had en dat kwam zeker niet omdat hij die ochtend zijn haar op die plaats had geföhnd. Het leek mij beter om er maar niets over te zeggen

Toen wij naar huis reden tastte hij met zijn hand in de zak snoepgoed die wij hadden meegekregen van Oma. De snoep is eigenlijk bestemd voor Jeetje en Adjoe.

“Ook eentje? Ze zijn lekker hoor.”

“Vreetzak, die snoepjes zijn voor je broertjes.”

“Oh. Dat heeft Oma er niet bij gezegd,” loog hij.

Gelukkig maar dat Opa en Opa niet zo ver bij ons vandaan wonen. De afstand tussen onze huizen is te kort om kleddernat te worden als het regent en bovendien is de afstand te kort om de hele zak snoep onderweg leeg te eten.

Toen wij thuis kwamen snelde ik naar binnen om het goede nieuws te vertellen maar ze wisten het al. Dat merkte ik vooral aan Stief die mij vertelde dat hij zijn autosleutels op een geheime plaats zal gaan verstoppen zodra ik achttien ben.

Jatagan
27-04-2003

Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Jatagan

terug naar boven