Verhalen

Einstein, Brief uit de gevangenis

Brief uit de gevangenis ...

Toen ik terugkwam van de werkzaal en een ‘bakkie' koffie zette in mijn cel zag ik het nog niet direct. Pas toen het weg fladderde en daarna terug keerde op de beschermkap van het t.l.-licht bleef ik verschrikt op bed zitten. Ik hou niet van ongedierte, zeker niet van dat soort waarvan bekend is dat het je midden in de nacht op lafhartige wijze overrompeld en zijn angel diep onder je huid stopt om zich te laven aan noodzakelijke levenssappen.

Erger vind ik het onophoudelijke gezoem waardoor je wakker schrikt en je fijnste dromen als een zeepbel uit elkaar doet klappen. Voorzichtig zoekt mijn hand de Canal Plus gids, terwijl mijn ogen de locatie van het beest nauwkeurig in de gaten houden. Eenmaal gevonden rol ik het programmablad tot een stevige papieren stok en had een verlossende slag in mijn gedachten. Als een ervaren jager veer ik op maar, voordat ik kon toeslaan, hield ik me in. Dichterbij gekomen had ik namelijk geconstateerd dat ik bijna een lieveheersbeestje tot een bultige plek tegen het kastje had geslagen. Gelukkig maar dat niemand mij nimmer voor een dergelijke doodzonde behoeft te veroordelen.

Voorzichtig steek ik mijn vinger uit en, na enige aarzeling, steekt het beestje over; vliegt weer weg en strijkt dan neer op de bovenrand van het papier waarop ik jullie deze brief schrijf. Daar, in de rechterbovenhoek gezeten, lijkt het erop dat het mij bestudeerd en laat zich welgevallen dat ik hetzelfde met hem doe.

Grappig hoor, hoe zo'n fladderaar er uit ziet. Twee grote vaalwitte kijkstippen die gemorst lijken te zijn op een zwart ‘koppie'. Zijn lijfje is beveiligd met twee goed scharnierende schilden waar de ragfijne vleugels aan het einde slordig uitsteken. Net alsof hij ze paraat houdt om snel weg te komen als zijn studie hem niet zou bevallen of mijn aanwezigheid hem angstig maakt.

Luttele momenten later loopt hij in driftig tempo over het wit van het papier. Met zijn parmantige pootjes raakt hij de net opgedroogde inkt van de letter 'e' van Arie en vervolgt zijn weg dwars over de eerst geschreven zinnen. Daarna zet hij vastberaden een aanval in op mijn pen die het schrijftempo versnelt om het Lieveheersbeestje voor te blijven. Het mag evenwel niet baten en ras klimt het langs de stift omhoog. Ik stop een moment met schrijven om te zien hoe de bergbeklimmer zonder zichtbare moeite over mijn vingers klautert en om waar te nemen hoe zijn wonderlijke reis eindigt op het blauwe dopje van mijn pen om daar een denkbeeldige vlag te planten. Zou blauw zijn favoriete kleur zijn? Ach, het maakt allemaal niet zo vreselijk veel uit. In ieder geval had ik nu een betere gelegenheid om hem grondig te bekijken en vriendschap te sluiten.

Op zijn schild staat op weerszijde een dikke, zwarte stip die verraden dat hij een eerste-jaars student moet zijn. Of wil hij me kenbaar maken hoeveel tijd mijn straf in beslag zal nemen? Een uur, een maand, een jaar of moet ik beide stippen bij elkaar optellen in plaats van te delen?

"Hé, vriendje. Vertel me jouw geheim", fluister ik zacht terwijl ik besef dat we beiden een ongelijke taal spreken waardoor er nimmer een dialoog zal plaatsvinden.

In stilte bedenk ik dat het zoveel beter is om hem terug te zetten in de onmetelijke grote, vrije buitenwereld maar het Lieveheersbeestje laat zich niet dwingen en verkiest telkens de warme ruimte boven de vrieskou die uit het luikje boven mijn raam stroomt. Na enkele vertwijfelde pogingen laat ik hem die mening. Het wil nadrukkelijk bij me blijven.

De volgende dag toen ik wakker werd was het Lieveheersbeestje er nog steeds, diep weggedoken in de uiterste hoek van mijn prikbord. Het sliep nog, of hield zich stil om niet te worden buitengezet. Pas later op de dag besloot het tot een wandeling en nestelde zich vlakbij de niet geblindeerde strook van het raam om stilletjes naar buiten te kijken. Wat hem ertoe heeft bewogen om naar buiten te stappen om een ongelofelijke reis vol avonturen te beginnen zal voor mij onbeantwoord blijven.

Ik voel dat ik word overmand door een kort moment van eenzaamheid. Daarom probeer ik mijn aandacht te verleggen en besluit verder te lezen in een boek over Nostradamus. Als ik een hoofdstuk heb uitgelezen speelt er een glimlach om mijn lippen en leg vervolgens een koppeling tussen de ziener en het Lieveheersbeestje.

Toeval?

Ach, reken daar maar niet te veel op.

Einstein

Alle teksten ressorteren onder Einstein©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Einstein

Terug naar boven